UTRECHT - De gemeente Utrecht krijgt een deel van de familie Nicolich nog niet uit het landhuis in De Meern.

Er verbleven twee gezinnen.

Het ene gezin met vier kleine kinderen woont sinds woensdag in een nieuwe woning in de stad, maar de overige familieleden willen vooralsnog niet vertrekken. Ze hadden het huis per 1 april moeten verlaten.

De gemeente heeft een procedure aangespannen om deze familieleden het huis uit te zetten, zo bevestigde een woordvoerder woensdag. Een deurwaarder heeft een nieuwe datum afgesproken met de familieleden waarop ze vertrokken moeten zijn. Doen ze dat niet, dan volgt een gedwongen uithuiszetting.

Sloopwoning

Wanneer dat is, wil de gemeente niet zeggen omdat dat ''iets is tussen de gemeente en het gezin". De woordvoerder hoopt dat het gezin, een moeder met drie volwassen zoons, zelf voor de datum vertrokken zal zijn.

De gemeente had toegezegd alleen voor het gezin met de jonge kinderen een nieuwe woning te zoeken, in samenwerking met het Leger des Heils. Volgens een woordvoerder van die organisatie kan het gezin ''zeker een jaar verblijven in de sloopwoning in Utrecht".

Waar dat precies is, wil hij uit veiligheidsoverwegingen voor het gezin niet zeggen. Het Leger des Heils vond al eerder een vervangende woning voor het gezin. Toen dat adres bekend werd, kladden onbekenden doodsbedreigingen tegen de familie op de muur.

Villa

De twee gezinnen mochten in 2010 onder strenge voorwaarden de villa in De Meern betrekken, bij wijze van laatste kans. Er mochten geen incidenten meer met de politie zijn. Omdat dat toch gebeurde, heeft de gemeente per 1 januari 2012 de huur opgezegd.

Over de zaak ontstond politieke ophef, omdat de raad eenzijdig en onvoldoende geïnformeerd was door burgemeester Aleid Wolfsen en wethouder Gilbert Isabella. Dat leidde in februari tot een motie van wantrouwen tegen Wolfsen, maar die kreeg onvoldoende steun.