AMSTERDAM - De advocaten van Robert M., hoofdverdachte in de Amsterdamse zedenzaak, zullen maandag op de eerste dag van het proces opnieuw de kwestie van het spreekrecht van ouders aankaarten.

Volgens de raadslieden, Tjalling van der Goot en Wim Anker, heeft de Hoge Raad dinsdag een belangrijke uitspraak gedaan over de huidige wettelijke spreekrechtregeling. Die moet strikt worden toegepast.

De Hoge Raad bepaalde dat in een moordzaak. Alleen de wetgever mag het spreekrecht verruimen, niet de rechter, aldus de raad. De advocaten van M. menen dat de rechter in de zedenzaak dat juist wel heeft gedaan.

De rechtbank heeft vorig jaar spreekrecht aan ouders van slachtoffertjes in de zedenzaak toegekend, gezien ''de aard en omvang van de zaak''. Anker en Van der Goot hebben zich daartegen verzet, omdat de ouders dat recht op basis van de huidige regeling niet hebben.

Voorschot

De raadslieden vinden dat de rechtbank een voorschot heeft genomen op toekomstige wetgeving, waarin het spreekrecht zal worden uitgebreid.

Anker en Van der Goot zien zich in hun opvatting gesteund door de uitspraak van de Hoge Raad. Zij hebben al bij de rechtbank aangekondigd dat zij er maandag het nodige over willen zeggen.

Spreekrecht

Slachtoffers en nabestaanden kunnen tijdens een rechtszaak spreekrecht uitoefenen. Als zij een confrontatie met een verdachte op de zitting niet aankunnen, hebben zij de mogelijkheid een schriftelijke slachtofferverklaring in te dienen.

Ouders van kinderen hebben volgens de huidige regeling alleen spreekrecht als nabestaanden.