AMSTERDAM - Hulpverleners in de psychiatrie die te maken krijgen met geweld melden die incidenten vaak niet bij de politie. Als ze dat wel doen, komt het meestal niet tot een rechtszaak.

Dat blijkt uit een onderzoek van de rechtenfaculteit van de Vrije Universiteit Amsterdam. De resultaten zijn dinsdag gepubliceerd.

Aan de studie werkten 1534 hulpverleners mee. Ruim tweederde van de deelnemers aan het onderzoek was in de afgelopen vijf jaar een of meerdere keren slachtoffer van (dreiging met) fysiek geweld of brandstichting, veroorzaakt door een patiënt.

Meer dan éénderde van de participanten liep fysiek letsel op, zoals blauwe plekken en kneuzingen, maar ook bijt-, brand- en steekwonden. Een kwart kreeg psychische problemen.

Niet gemeld

Driekwart van de 2648 gerapporteerde incidenten werd niet gemeld aan de politie. Ruim 700 incidenten zijn wel gemeld en tien procent van die meldingen leidde uiteindelijk tot een strafzaak.

Veel slachtoffers bleken het niet nodig te vinden om aangifte te doen. Ook gaven slachtoffers als reden op dat het incident intern was afgehandeld, dat er niet aan was gedacht om naar de politie te stappen, dat geweld een risico van het vak is en dat aangifte doen zinloos is.

Advies

Joke Harte van het onderzoeksteam van de VU adviseert de politie aangiftes van hulpverleners in de psychiatrie serieus te nemen. 'Soms krijgen hulpverleners die aangifte doen van geweld nu nog van de politie te horen dat dat bij het beroep hoort', aldus Harte telefonisch.

Ook moet de politie volgens Harte de slachtoffers die aangifte doen beter op de hoogte houden van de ontwikkelingen naar aanleiding van de aangifte.  

De werkgevers van de hulpverleners moeten achter hun medewerkers staan, vindt Harte. Zij dienen de hulpverleners te steunen als zij overwegen aangifte te doen van geweld.

Harte benadrukt verder dat een relatief klein aantal patiënten geweld gebruikt tegen hulpverleners.