UTRECHT - Schrikkeldagen mogen dan vooral in het verleden dagen van traditionele gebruiken en bijgeloof zijn geweest, 2012 blaast de nieuwsgierigheid over het schrikkeljaar nieuw leven in.

Dat constateert directeur Ineke Strouken van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed in Utrecht. ''De laatste weken krijgen wij ontzettend veel vragen van kinderen en volwassenen over schrikkelen.’’

Schrikkelen betekent eigenlijk huppelen of met grote passen lopen. ''Schrikkeldag is een huppeldag en als je huppelt, doe je er in feite een pasje tussen, een extra dag dus", zegt Strouken.

Daarmee lijkt het fenomeen meer iets uit vervlogen tijden, maar niets is minder waar. De oude gebruiken rond schrikkeldag bestaan nog steeds, maar wel in een modernere vormgeving.

Ten huwelijk

Zo is schrikkeldag de enige dag in de 4 jaar dat het aan de vrouw is om haar vriend ten huwelijk te vragen en niet andersom, zoals gebruikelijk.

Hetzelfde gebeurt nog steeds op de dansvloer: ook dan neemt de vrouw het initiatief en kiest zij de danspartner. ''Verscheidene dansscholen houden op 29 februari zogeheten schrikkelbals."

Op de laatste schrikkeldag, in 2008, trouwden in Nederland 450 paren. Zoveel trouwerijen vonden nooit eerder op een schrikkeldag plaats. Op een gewone doordeweekse dag stappen gemiddeld maar 130 mensen in het huwelijksbootje.

Geteld vanaf schrikkeldag 1944, vieren in totaal 5359 mensen hun trouwdag komende woensdag, weet het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Belangstelling

De belangstelling voor schrikkeljaren neemt volgens Strouken toe, omdat veel mensen denken dat schrikkelen onderdeel is van de natuur. Tijd is evenwel een afspraak tussen mensen. ''Van zomer- naar wintertijd is eigenlijk ook een beetje gek. Waar blijft dat uur dan dat je wegstopt? Nu word je opnieuw geconfronteerd met zo’n raar tijdsfenomeen."

Strouken zegt dat de moderne mens denkt dat de tijd allesbepalend is, maar dat is niet juist. Het is de natuur, de zon. ''Die houdt zich niet aan de tijd, zoals wij die met elkaar hebben vastgesteld."

Fout

Paus Gregorius XIII herstelde in 1582 een fout in de juliaanse kalender, genoemd naar de vermoorde leider van de Romeinen, Julius Caesar. Daarom spreken we sindsdien van de gregoriaanse kalender. Die werd na 1700 ook in de Nederlandse gewesten gebruikt.

 De fout zat ‘m in het gegeven dat de aarde niet exact 365 dagen nodig heeft om in haar baan om de zon, van lentepunt naar lentepunt, te draaien, het zogeheten tropisch jaar.

Dat duurt eigenlijk 365 dagen, 5 uren, 48 minuten en ruim 45 seconden. Als men zich daar niks van aantrekt, valt het voorjaar op een gegeven moment in de winter.

Dat wilden Gregorius en de zijnen niet, want allerlei maatschappelijke ontwikkelingen leidden ertoe dat een exacte tijd noodzakelijk was.

Oplossing

De oplossing zag Gregorius in de invoering van een schrikkeldag eens in de 4 jaar. Daarvoor moest hij in 1582 10 dagen overslaan om weer in het gareel te komen met het tropisch jaar. Zo gebeurde het dat 1582 10 dagen minder telde. De dag na donderdag 4 oktober was vrijdag 15 oktober, weet Strouken.

 ''Op een geven moment liepen de dagen achter op de zon. Dat wilde men niet. Het idee was om juist de natuur te volgen. Die bepaalt immers het ritme van ons leven. Het is alleen de tijd die wij erbij hebben bedacht", zegt Strouken.

''Dat moet overigens een megaklus zijn geweest; hogere wiskunde en astrologie die de bedenkers ook koppijn moet hebben bezorgd."