AMSTERDAM - De Hoge Raad heeft woensdag een streep gezet door de veroordeling van oud-rechter Wicher Wedzinga.

De vervolging is volgens de Hoge Raad partijdig omdat deze was bevolen door rechters die aan hetzelfde hof waren verbonden als Wedzinga. Dat laat zijn advocaat Peter Plasman weten.

De president van het hof in Leeuwarden had in 2008 gevraagd Wedzinga, toen al geen rechter meer, te vervolgen voor schending van het ambtsgeheim.

In 2003 veroordeelden Wedzinga en twee andere rechters bij het hof in Leeuwarden iemand tot 12 jaar cel voor een gewelddadige overval. Later concludeerde hij dat de veroordeling onterecht was en bood hij de veroordeelde aan te helpen met een herzieningsprocedure.

Daarbij bracht hij informatie naar buiten die in de raadkamer zou zijn besproken. Een raadkamergeheim mag echter niet openbaar worden gemaakt. Om die reden wilde de president van het hof Wedzinga vervolgd zien.

Seponeren

Het OM seponeerde de zaak echter. De president was het daar niet mee eens, waarop werd besloten dat een hof zich over de zaak moet buigen. De Hoge Raad oordeelt nu dat het OM naar de Hoge Raad had moeten stappen om een hof te laten aanwijzen. Doordat Wedzinga zelf aan dat hof was verbonden, kan de onafhankelijkheid niet worden gegarandeerd.

Dit gebeurde echter niet. Het hof in Leeuwarden besloot dat Wedzinga moet worden vervolgd. Uiteindelijk veroordeelde het gerechtshof in Arnhem hem tot een taakstraf van tweehonderd uur, waarvan de helft voorwaardelijk, en een voorwaardelijke boete van 2500 euro. Die veroordeling is nu dus ook vernietigd, samen met het besluit om überhaupt te vervolgen.

Bezwaar

De hele zaak is daarmee terug bij het besluit van het OM om te seponeren. In theorie kan de president weer bezwaar maken. "Maar de vraag die zich dan opdringt is of dit nog wel binnen een redelijke termijn wordt afgehandeld", zegt advocaat Plasman.

Wedzinga reageert verheugd dat nu een streep is gezet door de vervolging, maar betreurt het dat geen uitspraak is gedaan over wanneer nou sprake is van een raadkamergeheim. "Ik heb nimmer de intentie gehad om het raadkamergeheim te schenden en uitsluitend iets over mijn eigen twijfels gezegd."

Verweer

De oud-rechter stelt dat vanuit justitie 'een soort heksenjacht' op hem is ontketend vanwege zijn kritische houding op het functioneren van het Openbaar Ministerie en de rechters. De tijd is volgens hem nu rijp om in het verweer te komen. Hij kondigt aan schadevergoedingen te eisen en 'degenen die verantwoordelijk zijn voor deze klopjacht verantwoordelijk te stellen'.

Wedzinga verklaarde eerder in de zaak chronisch depressief te zijn. Door alle zaken tegen hem zou hij dakloos zijn geworden. In 2006 zat de oud-raadsheer ook al eens in het beklaagdenbankje.

Wedzinga kreeg toen een voorwaardelijke celstraf van drie maanden en een taakstraf van tachtig uur opgelegd voor mishandeling van zijn Oekraïense vriendin. Hij werd in april 2005 aangehouden en nam een maand later ontslag als rechter.