AMSTERDAM - Veel automobilisten denken zelden aan het openbaar vervoer als alternatief voor hun reis. Een belangrijke reden hiervoor is dat zij de reistijd met het ov flink overschatten.

Dat is een van de resultaten van een onderzoek naar keuzegedrag van reizigers van promovendus Job van Exel van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU), zo liet de onderwijsinstelling maandag weten.

Gemiddeld overschatten automobilisten de reistijd met de helft. Dat betekent dat ze voor een autorit van bijvoorbeeld één uur het dubbele berekenen.

Het ene half uur extra is correct, want reizen met het ov duurt langer, maar de andere 30 minuten is overschatting, aldus Van Exel.

Automobilisten die wel een goed beeld hebben van de ov-reistijd, zullen treinen, bussen en trams aanzienlijk vaker als alternatief overwegen, zo bleek eveneens.

Overheidsbeleid dat reisgedrag wil veranderen, kan automobilisten dan ook het beste actief informeren over de reistijd van hun traject met het ov, adviseert Van Exel.

Verstokte autobestuurder

Volgens de promovendus kan de overheid zich daarvoor het beste richten op automobilisten die openstaan voor alternatieve vervoersmiddelen, en de verstokte autobestuurder links laten liggen; hun gedrag is toch nauwelijks te veranderen.

Andersom zien ov-reizigers de auto wel vaak als een alternatief. Files en het vinden van een parkeerplek vormen hun belangrijkste drempels. Van Exel baseerde zich op gegevens van Rijkswaterstaat en de NS en hield daarnaast enquêtes en interviews.