ALMELO - Het Openbaar Ministerie (OM) in Almelo hoopt uiterlijk dinsdagmorgen te kunnen zeggen of de 25-jarige man, die vrijdag in Almelo een vrouw doodschoot en daarna zichzelf doodde, daarvoor zijn dienstwapen heeft gebruikt.

De man was een politieagent in opleiding. Dat heeft een woordvoerster van het OM maandag gezegd. 

Bij de plek waar de schutter zichzelf doodschoot is vrijdag een dienstwapen gevonden. Maar onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut moet bewijzen of hij dat wapen inderdaad heeft gebruikt, aldus de woordvoerster.

Aanvankelijk zou het NFI pas eind van deze week met het resultaat van het onderzoek komen, maar er is meer spoed achter gezet.

Onduidelijk

Het OM denkt niet dat dinsdag al duidelijk is of de cassière van de supermarkt ook met het dienstwapen is doodgeschoten.

Hoewel duidelijk lijkt dat de schutter en het 18-jarige meisje elkaar kenden, was dat maandag volgens het OM nog niet officieel bevestigd. Evenmin is meer bekend over aankondigingen die de man op Facebook zou hebben gedaan.

De politie Twente doet samen met de rijksrecherche onderzoek, aangezien de schutter bij de politie werkte.

Waardering

''Daadkrachtig, in goede afstemming en met begrip voor alle betrokkenen'' hebben de hulpdiensten vrijdagavond bij het schietincident in Almelo opgetreden. Tijdens regulier overleg maandag van de veiligheidsregio Twente sprak burgemeester Peter den Oudsten van Enschede, voorzitter van het overleg, die waardering uit.

De samenwerking tussen uiteenlopende diensten verliep goed, zei de woordvoerder van Den Oudsten. ''Iedereen kende zijn rol en voerde die beheerst en aanvullend op elkaar uit. Hier betaalde zich de meerwaarde van overleg en oefenen uit."

In de veiligheidsregio Twente werken brandweer, geneeskundige hulpverlening, politie en de 14 Twentse gemeenten samen.

Schietpartij Almelo