BREDA - Het Openbaar Ministerie (OM) mag drie verdachten van de brand op 5 januari bij Chemie-Pack in Moerdijk niet vervolgen. Dat vindt hun advocaat Ronald Drenth.

Hij zei dit vrijdag bij de rechtbank in Breda, waar een niet-inhoudelijke zitting is over de strafzaak rond de brand.

Volgens de raadsman heeft het OM aan een medewerker van Chemie-Pack toegezegd dat hij niet als verdachte wordt aangemerkt. Deze man probeerde in de buurt van brandbare stoffen met een gasbrander een membraanpomp te ontdooien, waardoor de brand vermoedelijk is ontstaan.

Advocaat Drenth vindt dat het OM die toezegging niet had mogen doen. ''Het is niet uit te leggen dat de hoofddader niet wordt vervolgd'', aldus advocaat Drenth. Hij vindt dat justitie de man in strijd met de wet bij de rechter heeft weggehouden.

Koopmans

Officier van justitie Ingeborg Koopmans verklaarde dat de man die de brand heeft veroorzaakt, uit zichzelf en uit gewetensnood met de waarheid naar buiten kwam.

Ze ontkent dat de medewerker een bekentenis aflegde omdat hem immuniteit is beloofd, zoals gesteld door Drenth.

Volgens de aanklaagster heeft de medewerker op 3 juli de politie gebeld. De volgende dag vertelde hij hoe de brand is ontstaan. Zijn handelen paste volgens Koopmans ''binnen de mores en de bedrijfscultuur van Chemie-Pack''.

Onderzoek

De veroorzaker van de brand is op 11 mei gezegd dat hij niet als verdachte zou worden aangemerkt. Volgens Koopmans gebeurde dat in het kader van het onderzoek naar overtreding van milieuregels.

Dat hij daarvan niet werd verdacht is logisch, omdat alleen bedrijven of bedrijfsleiders strafrechtelijk verantwoordelijk zijn voor naleving van milieuregels.

Pas na de bekentenis van de medewerker werden de directeur, de productieleider en de milieucoördinator ook verdacht van 'feitelijk leidinggeven aan opzettelijke brandstichting’ en werden ze opnieuw aangehouden.

Volgens Koopmans heeft het Openbaar Ministerie niets gedaan wat niet mag.