DEN HAAG - Er komt toch een Elektronisch Patiëntendossier (EPD), zonder dat de overheid daarbij is betrokken.

Huisartsen, ziekenhuizen, apothekers en de Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie zijn het alsnog eens geworden over een doorstart van het EPD.

De organisaties richten een Vereniging van Zorgaanbieders op die verantwoordelijk wordt voor de uitwisseling van medische gegevens, zo schrijft minister Edith Schippers (Volksgezondheid) de Tweede Kamer donderdag.

Schippers is niet betrokken bij het plan, maar stelt eenmalig wel ruim 2 miljoen euro beschikbaar om regie en zeggenschap van de patiënten vorm te geven. 1,5 miljoen daarvan is voor het openhouden van het klantenloket tijdens de overgangsperiode.

Privacy

Op verzoek van de Tweede Kamer riep de minister de betrokken partijen op het eerder vastgelopen overleg over het EPD te hervatten. Het College Bescherming Persoonsgegevens bekijkt de plannen op veiligheid en privacy.

Zorgverleners blijven het EPD gebruiken, de patiënten wordt om toestemming gevraagd en zij kunnen aangeven of hun gegevens landelijk mogen worden gebruikt.

Schippers denkt dat de nu gevonden oplossing tegemoetkomt aan de uiteenlopende opvattingen van Tweede en Eerste Kamer.

Streep

De Eerste Kamer haalde eerder dit jaar een streep door de elektronische uitwisseling van medische gegevens omdat dat niet veilig genoeg zou gebeuren. De Tweede Kamer wilde wel een EPD en vindt uitwisseling van belang voor de patiënt.

Eindelijk kunnen medische gegevens straks veilig, betrouwbaar en elektronisch worden uitgewisseld, reageert Wilna Wind, directeur NPCF. Zij vindt het belangrijk dat toestemming van de patiënt nodig is voordat zijn gegevens kunnen worden uitgewisseld.

De NPCF begint volgend jaar een project dat ertoe moet leiden dat straks iedereen die gebruik maakt van de gezondheidszorg, toegang heeft tot een persoonlijk gezondheidsdossier. Wind: ''Patiënten zijn als het aan ons ligt niet meer afhankelijk van de artsen om hun toegang te geven tot de eigen medische gegevens.''