RIJSWIJK - Ook volgend jaar neemt de armoede in Nederland naar verwachting toe. Vooral kinderen, eenoudergezinnen, alleenstaanden en mensen met een bijstandsuitkering hebben het moeilijk.

Maar ook zelfstandig ondernemers komen vaker in financiële nood.

Dat zijn enkele conclusies van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), in een gezamenlijk rapport dat dinsdag is verschenen.

Over 2011 en 2012 samen komen er naar schatting 60.000 huishoudens bij onder de lage-inkomensgrens.

Volgens de berekeningen groeit het aantal huishoudens onder de lage-inkomensgrens in 2011 van 529.000 tot 561.000, oftewel 8,1 procent van het totaal. Voor 2012 voorzien CBS en SCP een stijging tot 588.000 arme huishoudens (8,5 procent).

De cijfers voor 2011 en 2012 zijn schattingen. De gegevens zijn afkomstig van CBS. - (c)NU.nl/Jelle Kamsma

Zware recessie

In het Armoedesignalement 2011 schetsen de instellingen een zo actueel mogelijk beeld van de omvang, ontwikkeling en gevolgen van armoede. Ze hanteren daarvoor enkele 'armoedegrenzen'. Hoewel de economie in 2010 een beetje herstelde van de zware recessie, leidde dat niet tot lagere armoedecijfers.

Vooral eenoudergezinnen met minderjarige kinderen hadden het in 2010 lastig. Eén op de tien kinderen onder de 18 jaar verbleef in een gezin met een inkomen onder het niet-veel-maar-toereikendcriterium.

Dit loopt volgend jaar op tot een op de negen (367.000 kinderen), het hoogste peil sinds het begin van deze eeuw.

Zelfstandigen

Armoede treft verder vooral eenoudergezinnen, alleenstaanden (tot 65 jaar) en mensen met een bijstandsuitkering. Door de toename van het aantal zelfstandigen groeide ook de groep zelfstandig ondernemers onder de werkende armen (dat zijn volwassenen met arbeid als voornaamste inkomensbron).

Om te bepalen hoe groot de armoede is, hanteren het SCP en het CBS verschillende grenzen. Het SCP houdt vast aan het criterium 'niet-veel-maar-toereikend'. Wie een inkomen op dit niveau heeft, kan voldoen in zijn basisbehoeften en daarnaast een bescheiden bedrag besteden aan recreatie en sociale participatie.

Verschillen

Als armoedegrens hanteerde het SCP in 2010 1000 euro per maand voor een alleenstaande. Volgens de definitie van het CBS (lage-inkomensgrens) was dat bedrag 940 euro. Het SCP rekent de huurtoeslag wel mee, het CBS niet, vandaar de verschillen.