ASSEN - De pleegmoeder en de pleegbroer van de vermiste Willeke Dost uit het Drentse Koekange worden niet langer verdacht van betrokkenheid bij haar verdwijning.

Dat maakte het Openbaar Ministerie (OM) in Assen vrijdag bekend.

Er is onvoldoende bewijs om het duo nog langer als verdachten aan te merken, aldus het OM. Het onderzoek naar de vermissing gaat wel door.

De 15-jarige Willeke verdween in januari 1992. Zij woonde destijds bij een pleeggezin. De beide ouders van het meisje waren in 1976 overleden bij een auto-ongeluk.

Besluit

Het OM moest van de rechtbank in Assen voor 1 januari een besluit nemen over het al dan niet vervolgen van de pleegmoeder en pleegbroer. Als verder onderzoek nieuwe feiten aan het licht brengt, kunnen ze opnieuw worden aangemerkt als verdachten.

De politie heeft de afgelopen tijd op vijf locaties rondom de boerderij van de pleegfamilie in Koekange gezocht naar het lichaam van het meisje, waaronder op een naburige begraafplaats.

Daar werden eerder dit jaar botresten gevonden. Nader onderzoek wees uit dat het niet om Willeke Dost ging.

Dossier

Advocaat Richard van der Weide van Willeke's tante Lammie Dost liet vrijdag weten naar de rechter te stappen om eindelijk inzage te krijgen in het dossier. ''De familie verkeert al jaren in onwetendheid over wat er met hun nichtje is gebeurd'', zegt hij.

''Met name over hoe in de beginfase van het onderzoek is gehandeld, en of er andere verdachten zijn geweest.'' Volgens Van der Weide weigerde het OM tot dusverre het dossier aan de nabestaanden ter beschikking te stellen.