AMSTERDAM - Bij maatregelen om straatoverlast aan te pakken reageren politici eerder op alarmerende mediaberichtgeving dan op verzoeken van bewoners.

Inwoners van probleemwijken roepen echter minder hard om harde maatregelen dan politici lijken te geloven. Dit concludeert de Leidse criminologe Monique Koemans in haar promotieonderzoek.

Koemans analyseerde de mediaberichten van de laatste twintig jaar, waarin het aantal artikelen over asociaal gedrag op straat explosief is gegroeid. Volgens de wetenschapper zijn de problemen echter niet fors toegenomen en voelen bewoners zich niet geterroriseerd.

Politici ervaren de regelgeving en de handhavingspraktijk als ontoereikend, blijkt uit het onderzoek. Dat heeft geleid nieuwe repressievere maatregelen, zoals de Voetbalwet.

'Marokkaanse immigranten'

In Nederland wordt in de discussie over straatoverlast vaak verwezen naar problemen met jonge (Marokkaanse) immigranten. Koemans maakte een vergelijking met de situatie in Engeland. In dat land speelt het migratiedebat nauwelijks een rol bij de aanpak van straatterreur.

Koemans noemt dit verrassend aangezien ook de Engelse media en politici er veel aandacht aan besteden en ook daar het ervaren probleem niet groeit en minderheden zijn oververtegenwoordigd in het justitiële systeem. Het is volgens de criminologe daarom 'curieus' dat de Engelse media en politici de straatoverlastproblematiek vooral verbinden met autochtone jeugd.

Gezien de uitkomsten van het onderzoek ligt invoering van hardere maatregelen niet voor de hand, aldus de wetenschapper.