DEN HAAG - Een virtuele plaats delict, die altijd intact en onderzoekbaar blijft.

Als het aan CSI The Hague ligt, is onderzoek naar ernstig strafbare delicten straks nooit meer hetzelfde.

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), dat samen met kennisinstituten en technologiebedrijven samenwerkt in CSI The Hague, introduceert woensdag in het CSI-laboratorium de nieuwste forensische technieken.

Zo kunnen forensisch onderzoekers nu al met een speciale 'virtual reality'-bril een digitale versie van een plaats delict betreden en verkennen.

Bril

Een woordvoerster van het NFI legt het als volgt uit. ''Met de speciale bril op betreedt een onderzoeker een nieuwe plaats delict. Hij neemt de omgeving op met daarin de sporen die hij tegenkomt. Met een aparte techniek kan hij bevindingen en opmerkingen toevoegen. Later kan hij - in een andere ruimte - met de bril op alles weer terugzien.''

Naast de bril zijn er ook camera's ontwikkeld die respectievelijk warmtesporen en bloedsporen laten zien. De camera kan zelfs aangeven hoe oud de bloedsporen zijn. Ook is er een handmatige 3D-scanner ontwikkeld, om opnames te maken van de ruimte waarin een delict is gepleegd.

Inzicht

''Het digitaal en driedimensionaal opslaan is niet alleen nuttig voor de mensen die onderzoek doen naar een plaats delict, maar helpt het Openbaar Ministerie, rechters en advocaten ook om inzicht te krijgen in wat mogelijk is gebeurd'', aldus Andro Vos, namens het NFI projectleider van CSI The Hague.

Het project CSI The Hague ging 2 jaar geleden van start. Er is al een demoversie van de virtuele plaats delict in gebruik, zodat onderzoekers ermee kunnen trainen en ervaring op kunnen doen.