DEN HAAG - Minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur) gaat er nog steeds van uit dat het papieren treinkaartje eind 2012 kan worden afgeschaft.

Ze wil dat moment handhaven omdat het als drukmiddel richting vervoerders kan dienen, bleek dinsdag in een debat in de Tweede Kamer.

De vervoerders moeten tegen die tijd hebben geregeld dat reizigers met een ov-chipkaart kunnen overstappen van de ene op de andere treinvervoerder, zonder dat ze daarvoor opnieuw een opstaptarief moeten betalen.

''We houden het treinkaartje aan tot de kwestie van het dubbele opstaptarief geregeld is'', zei Schultz.

Vraag om uitstel

De fracties van GroenLinks, ChristenUnie, SP en PvdA vroegen de minister dinsdag het papieren kaartje te handhaven tot het mogelijk is om met een chipkaart één keer in- en één keer uit te checken op een treinreis die wordt verzorgd door verschillende vervoerders.

Een commissie die er onderzoek naar heeft gedaan verwacht dat dat nog wel even kan duren. Schultz wil dat moment niet koppelen aan het einde van het papieren kaartje.

Duur

De VVD-bewindsvrouw becijferde dat langer doorgaan met het ouderwetse plaatsbewijs duur is, aangezien twee systemen in de lucht gehouden moeten worden. ''Dat kost 4 miljoen euro per maand en dat kunnen we goed ergens anders voor gebruiken.''

Ze wil het kaartje bovendien afschaffen omdat daardoor de poortjes op de stations in werking kunnen worden gezet. Dat systeem moet de veiligheid vergroten.

Het debat was de laatste kans voor Kamerleden om mogelijk een stokje te steken voor het landelijk afschaffen van de strippenkaart. Dat papieren reisbewijs wordt 3 november in het hele land aan de wilgen gehangen. SP'er Manja Smits zei dinsdag dat ze dat liever niet ziet gebeuren, maar dat ze weet dat ze de Kamer niet meekrijgt. Daarom diende ze geen motie in. Schultz ziet nu geen hobbels meer richting 3 november.