RIJSWIJK - De drie explosievenopruimers die zondag gewond raakten toen een explosief in Voorschoten ontplofte, droegen op het moment van de ontploffing geen beschermende pakken meer.

Dat heeft een woordvoerster van het ministerie van Defensie dinsdag bevestigd.

Ze benadrukt dat de drie volgens de voorschriften hebben gehandeld. Het explosief is onschadelijk gemaakt, waarna de situatie als veilig werd beoordeeld. Op dat moment mogen volgens die voorschriften de pakken uit.

Door een nog onduidelijke oorzaak explodeerde daarna een gedeelte van de hoofdlading.

De politie heeft inmiddels 10 bruikbare tips binnen over de flitspaalbom. Meer tips blijven welkom. Ook burgemeester Jeroen Staatsen van Voorschoten roept ''met klem'' iedereen op die iets heeft gezien naar de politie te gaan. ''Dit is van groot belang voor het onderzoek dat het Openbaar Ministerie is gestart'', laat hij op de gemeentesite weten.

Zwaargewond

Een medewerker van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) raakte zwaargewond toen het explosief bij de ontmanteling onverwacht ontplofte. Het gaat om een 44-jarige sergeant-majoor van de landmacht. Door de ontploffing moet hij zijn rechterhand missen. De man is geopereerd en buiten levensgevaar.

De explosievenopruimer is dinsdag naar een ziekenhuis bij hem in de buurt gebracht. Daar zal hij nog enige tijd moeten blijven. Een andere EOD’er, een 41-jarige sergeant-majoor van de luchtmacht, raakte lichtgewond.

Volgens de politie was het explosief zelfgemaakt. Uitgebreid forensisch onderzoek naar sporen en gebruikte spullen moet duidelijkheid geven. De politie wil verder niets zeggen over het explosief.

EOD'ers gewond door explosief flitspaal