AMSTERDAM – Het Openbaar Ministerie (OM) gaat in hoger beroep tegen de vrijspraak van de zes verdachten van de dood van de 16-jarige Redmar Smedema.

De rechtbank in Leeuwarden oordeelde begin oktober dat de vraag wie het slachtoffer heeft geslagen niet kan worden beantwoord. Het OM kan zich in deze uitspraak niet vinden.

Smedema werd in de nacht van 17 op 18 april tegen zijn hoofd geslagen in discotheek Club Q in het Friese Noardburgum. Hij overleed een paar uur later aan zijn verwondingen.

Het Openbaar Ministerie (OM) eiste bijna drie weken geleden tegen een van de verdachten, de 20-jarige Marten B. uit Damwoude, een celstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Hij zou de fatale klap hebben uitgedeeld.

Tegen de rest eiste het OM celstraffen tot 12 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk en taakstraffen van 200 uur.

Dansen

De mannen, die allemaal tussen de 19 en 20 jaar zijn en in de omgeving van de discotheek wonen, stonden springend en wild dansend op de dansvloer en volgens het OM was dat onderdeel van een aanval. De rechtbank was het daar niet mee eens.

''Dit gedrag is tegenwoordig niet ongebruikelijk in discotheken en het gedrag werd door de discotheek geduld’’, aldus de rechtbank.

Het dossier telde meer dan 2500 pagina’s en bijna 200 getuigen werden gehoord. Een verdachte kreeg wel een werkstraf van 10 uur, omdat hij dezelfde avond iemand anders schopte.