AMSTERDAM - Het werk van thuiszorgmedewerkers kan beter en goedkoper worden uitgevoerd door wijkverpleegkundigen.

Dat blijkt uit een proef met tien wijkverpleegkundigen in het westen van Noord-Brabant, uitgevoerd door bureau BMC. De kwaliteit van de zorg nam toe en per arbeidsplaats werd vijftigduizend euro bespaard, meldt de NOS.

Een aanpak met de wijkzuster levert in het onderzoeksgebied een winst op van ongeveer 135.000 euro per jaar.

Doorgerekend naar het landelijk niveau zou dat mogelijk tientallen miljoenen kunnen besparen, aldus onderzoeker Egbert van der Meer van BMC.

Schippers

Minister Edith Schippers (Volksgezondheid) vindt het inzetten van wijkverpleegkundigen een heel goed initiatief, zegt haar woordvoerder.

Meer zorg in de buurt is ook een van de topprioriteiten van de minister. Zeer binnenkort stuurt zij hierover een brief naar de Tweede Kamer. De vergrijzing, de toename van het aantal chronisch zieken, de krimpende arbeidsmarkt en stijgende kosten, maken het noodzakelijk dat de zorgwereld anders wordt ingericht.

Daarbij wordt 'dichtbij wat kan en verder weg waar nodig' als principe gehuldigd, aldus een zegsman van Schippers. ''Patiënten zijn voor eenvoudige handelingen beter af en goedkoper uit in de eerste lijn.''

Wegbezuinigd

De wijkzuster is in de jaren negentig grotendeels wegbezuinigd. Maar het voordeel van haar manier van werken is dat zij meer in vrijheid werkt, over grenzen heen kijkt en bredere diagnoses stelt. Zo ziet zij bijvoorbeeld dat iemand zowel thuiszorg als hulp uit de geestelijke gezondheidszorg krijgt, terwijl beide minder kan.

Een wijkverpleegkundige kan bovendien veel taken alleen uitvoeren, zoals wassen, medicijnen geven en helpen bij het aantrekken van steunkousen. De thuiszorg stuurt daar verschillende medewerkers voor.

Inzet van een wijkverpleegkundige vergt weinig investeringen, aldus Van der Meer. Ze zijn er nog steeds, maar werken nu vaak in de thuiszorg.