UTRECHT - Binnen de Protestantse Kerk in Nederland zullen daders van seksueel misbruik publiekelijk boete moeten doen.

''We moeten oppassen voor een heksenjacht op de daders, maar het is zeer van belang, ook voor de daders zelf, dat er geen doofpotcultuur is.'' Dat heeft PKN-secretaris Arjan Plaisier vrijdag gezegd.

Bij protestantse kerken zijn tussen 2005 en 2010 meer dan 300 meldingen uit verschillende kerken binnengekomen van seksueel misbruik. Dat blijkt uit onderzoek van het televisieprogramma De Vijfde Dag van de EO. Negen klachten werden gegrond verklaard.

Kerkelijk ambtsdragers van de PKN zoals dominees, die seksueel misbruik pleegden, zullen harder worden aangepakt. Zij moeten binnen een maand een publiekelijke verklaring afleggen aan het slachtoffer, de kerkenraad en de gemeente.

De meldingen die de EO onderzocht komen zowel uit de PKN als uit kleinere gereformeerde kerken, orthodoxe gemeenschappen en evangelische genootschappen.

Schandpaal

Volgens Plaisier is de publieke boetedoening van daders absoluut niet bedoeld om iemand aan de schandpaal te nagelen. ''Het belang van de slachtoffers staat voorop. Spijt en boete kan een dader echter ook verder helpen.''

Bij het meldpunt van de PKN, Seksueel Misbruik in Pastorale Relaties (SMPR), komen jaarlijks ongeveer 20 meldingen binnen.

Vorig jaar steeg het aantal meldingen en telefoontjes bij de SMPR vanwege de vele verhalen over seksueel misbruik binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Het meldpunt werd toen ook door katholieken gebeld die niet terecht wilden bij het meldpunt van de katholieke kerk.

Protocol

De PKN hanteert sinds 2006 een protocol hoe er om moet worden omgegaan met seksueel misbruik binnen kerkgemeentes. De kleinere gereformeerde kerken die geen deel uitmaken van de PKN hebben een eigen meldpunt, het Meldpunt Misbruik.

Sinds vorig jaar hanteren ook zij een speciaal protocol rondom seksueel misbruik in pastorale relaties.