DEN HAAG - De politie verstrekt wapenvergunningen te gemakkelijk en niet op basis van een gedegen toets op de risico's voor misbruik.

Dat komt omdat de politie onvoldoende informatie heeft om de aanvragen goed te kunnen beoordelen. Ook heeft het toezicht op wapenvergunningen bij zowel minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) als de korpsleiding van de politie weinig prioriteit.

Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid donderdag in een rapport over de verstrekking van wapenvergunningen.

Alphen

Het onderzoek is gedaan naar aanleiding van het bloedbad in Alphen aan den Rijn dat inclusief de dader Tristan van der Vlis zeven levens kostte. Het bloedbad bracht vrijwel direct een discussie op gang over de regels over legaal wapenbezit.

Van der Vlis had een wapenvergunning, hoewel hij in een psychiatrische instelling had gezeten en naar later bekend werd schizofreen was. De politie erkende dat er fouten waren gemaakt bij de verstrekking van de vergunning.

Volgens de onderzoeksraad heeft de politie dan ook onterecht een vergunning afgegeven voor een semi-automatisch geweer voor Tristan van der Vlis. De politie keurde deze aanvraag goed, terwijl uit onderzoek blijkt dat dit wapen, gelet op de wedstrijdregels van de Koninklijke Nederlandse Schutters Associatie (KNSA), niet mocht worden gebruikt bij de vereniging waar Tristan was aangesloten.

Geen inzicht

De onderzoeksraad concludeert ook dat de politie geen inzicht heeft op het aantal incidenten met legale wapens en het aantal geweigerde wapenvergunningen. Daardoor weet minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) niet of de regelgeving rond wapenbezit wel voldoet.

De korpsleiding zou veel actiever betrokken moeten zijn bij de uitvoering van de wet en moet ingrijpen als niet aan de eisen van de wet wordt voldaan.

Zelfmoordneiging dader Alphen was bekend

Nieuwsdossier schietpartij Alphen a/d Rijn