DEN HAAG - Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) kan met een nieuwe test niet alleen onderzoeken van wie een gevonden DNA-spoor is, maar ook uit wat voor soort cellen het bestaat.

Dat is vooral in zedenzaken een stap vooruit, meldt het instituut woensdag. Met de nieuwe techniek kan worden vastgesteld of er cellen van huid, bloed, sperma, speeksel, vagina of uit menstrueel bloed aanwezig zijn.

De methode heet 'RNA-celtypering' en zal naast de DNA-test worden gebruikt. Hierdoor is het bijvoorbeeld mogelijk om te bepalen of een verdachte de waarheid spreekt als hij zegt dat hij alleen maar met een vrouw heeft gedanst en niet bij haar is binnengedrongen.

Tot nu toe kon de aanwezigheid van bloed, speeksel of sperma alleen met afzonderlijke tests worden aangetoond, aldus het NFI. Inzichten van de politie en de hoeveelheid beschikbaar DNA-materiaal bepaalden in welke volgorde deze tests werden gedaan.

Door de RNA-techniek hoeft dat niet meer en kan sneller duidelijk worden wat er zich op een plaats delict heeft afgespeeld.