DEN HAAG - Het Openbaar Ministerie (OM) in Den Haag hoeft een psychiatrisch rapport over de dader van het bloedbad in Alphen aan den Rijn niet vrij te geven.

Dat heeft de raadkamer van de rechtbank in Den Haag dinsdag bepaald, meldde advocaat Job Knoester dinsdag.

Knoester had het onderzoek in een procedure opgeëist. Dat zou van belang zijn in de strafzaak van zijn cliënt, de jongeman die wordt vervolgd omdat hij van de plannen van Tristan van der Vlis zou hebben geweten.

Knoester wilde het rapport hebben, omdat het zou kunnen aantonen dat de verdachte de dreigementen van Tristan terecht niet serieus nam en dus terecht niet naar de politie stapte.

Schizofreen

Het gaat om het rapport van het Nederlands Instituut voor Forensische psychiatrie en psychologie (NIFP). Daaruit blijkt dat Tristan, die in winkelcentrum De Ridderhof zes mensen en vervolgens zichzelf doodschoot, schizofreen was.

Het OM wilde het rapport niet vrijgegeven uit het oogpunt van privacy.

Unicum

De advocaat noemde de beslissing van de raadkamer ''geen verrassing''. Het zou volgens hem een unicum zijn geweest als de rechters wel hadden besloten dat het OM het rapport had moeten openbaren.

Knoester noemde het eerder cruciaal om te kunnen beoordelen hoe Tristan erbij zat en met wat voor een persoon zijn cliënt te maken had.

Sterke zaak

De raadsman denkt nog steeds een sterke zaak in handen te hebben. ''Voor mij blijkt uit dit dossier op geen enkele manier dat mijn cliënt wist dat Tristan een serieus plan had. Als ik de momenten, de frequentie, de context en de psychische toestand van Tristan bekijk, zie ik niet dat mijn cliënt de dreigingen serieus had moeten nemen.''

Hij gaat ervan uit dat - nu het rapport niet wordt vrijgegeven - hij tijdens de rechtszaak niet meer voor verrassingen komt te staan wat betreft de psychische toestand van Tristan.

Overigens heeft de raadkamer Knoester nog niet op de hoogte gebracht van de motivatie van het besluit.