AMSTERDAM - Niet alleen slachtoffers, maar ook familieleden van verdachten moeten na een misdrijf direct hulp krijgen aangeboden. 

Ondanks hun problemen worden ze vaak aan hun lot overgelaten.

De overheid moet hier meer werk van maken, zeggen Gevangenenzorg Nederland en Slachtofferhulp Nederland zaterdag in de Volkskrant.

De problemen zijn vooral groot in geval van een zedenmisdrijf of een misdaad die veel media-aandacht heeft getrokken, schrijft het dagblad. Vooral aan een luisterend oor en praktische adviezen zou behoefte bestaan.

Sander V.

Ook de moeder van Sander V., de politieman die de 12-jarige Milly Boele verkrachtte en vermoordde, vraagt aandacht voor het probleem. Zij kampte met verdriet, schaamte en schuldgevoelens.

De christelijke organisatie Gevangenenzorg Nederland staat familieleden van daders wel bij. De organisatie, die vijfhonderd vrijwilligers telt, begeleidt jaarlijks honderdtwintig gezinnen van gedetineerden. De vrijwilligers gaan op huisbezoek en praten over onder meer schulden, relatieproblemen en opvoeding.

Afkeer

"We zien veel schaamte", zegt Ilse van den Hoven, maatschappelijk werker bij Gevangenenzorg Nederland.

"Vaak hebben familieleden zelf ook een afkeer van de daad, maar hun liefde en loyaliteit voor de dader is blijvend. Voor die houding is weinig begrip in hun omgeving. Het onderwerp is taboe. Indirect zijn ouders, kinderen en partners van een dader ook slachtoffers, dat beseffen veel buitenstaanders niet."

Het ministerie van Veiligheid en Justitie subsidieert organisaties die familieleden steun bieden. "Zij kunnen vragen stellen aan de reclassering, Gevangenenzorg Nederland en de belangenvereniging van gedetineerden. Die geven wij geld", zegt een woordvoerder in de krant.