AMSTERDAM - De Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit worden gedaagd voor het maken van prijsafspraken.

Uit notulen van gezamenlijke bestuursvergaderingen blijkt dat ze de hoogte van de collegegelden van tweede masters op elkaar afstemden. Dat schrijft de Volkskrant donderdag.

De krant kreeg de notulen uit een dagvaarding van studenten verenigd in de Stichting Collectieve Actie Universiteiten (SCAU). De stichting wil dat de universiteiten zich verantwoorden voor de gelijke tarieven en dagen hen daarom voor de rechter.

De stichting vindt dat universiteiten te veel geld vragen voor een tweede studie. Sinds het vorige collegejaar mogen universiteiten zelf bepalen wat studenten voor een tweede studie moeten betalen omdat ze hiervoor geen overheidsbijdrage krijgen.

Rechten

De prijzen liggen daardoor flink hoger dan die voor een eerste studie. Zo kost een master rechten aan de UvA en de VU twaalfduizend euro. Volgens de universiteiten zijn de hoge bedragen kostendekkend, maar de SCAU gelooft niet dat de kosten zo hoog zijn.

In de notulen zou staan dat de 'UvA en VU elkaar op masters niet financieel moeten beconcurreren'. De prijsafspraken zijn volgens de studenten in strijd met de mededingingswet.

Kosten

De UvA erkent volgens de krant dat is gesproken met de VU, maar de prijzen zouden alleen hetzelfde zijn omdat de kosten hetzelfde zijn. De VU geeft toe dat de universiteiten elkaar niet op prijs willen beconcurreren. "We willen elkaar op kwaliteit uitdagen", zegt een woordvoerder in de krant.

De prijzen van de Universiteit Leiden en de Universiteit Utrecht zijn volgens de krant ook nagenoeg hetzelfde. Een woordvoerder van de Universiteit Leiden stelt in de krant dat dit kan komen doordat de universiteiten op elkaars tarieven letten. "Dat doet de Albert Heijn immers ook."