DEN HAAG - Het gebruik van de 'ouderwetse' praatpaal door pechvogels op de weg blijft de laatste jaren redelijk constant.

Ondanks de grote vlucht die het gebruik van mobieltjes heeft genomen, komen per jaar nog altijd 50.000 meldingen via de bekende gele palen binnen bij de Wegenwacht. Dat meldde een woordvoerder van de ANWB donderdag.

De praatpaal is goed voor bijna 3 procent van de 1,8 miljoen pechmeldingen. Het communicatiemiddel heeft als groot voordeel dat de centrale van de Wegenwacht precies kan zien waar de pech- of noodmelder zich bevindt, aldus de ANWB.

De hulpdienst kan er dan makkelijk naar toe. Veel Nederlanders die zich met het mobieltje melden, kunnen niet nauwkeurig aangeven waar ze staan.

App

Een nieuwe mogelijkheid om de ANWB te bereiken vanuit de auto, is een app voor de iPhone. Sinds de introductie in april is deze al 60.000 keer gedownload en een paar duizend keer gebruikt.

Ook bestaat daarbij de mogelijkheid de locatie van de auto mee te geven.

Gebruik

De praatpaal bestaat sinds 1970. Het gebruik van de opvallende verschijning in het snelweglandschap is sinds begin deze eeuw sterk teruggelopen.

Het netwerk is formeel eigendom van Rijkswaterstaat. Het gele apparaat heeft ook bij een calamiteit, zoals een kettingbotsing, een pluspunt tegenover het mobieltje.

Waar het mobiele netwerk door de vele gelijktijdige telefoontjes kan vastlopen, blijft de praatpaal zijn werk doen.

Rijkswaterstaat heeft vorig jaar het contract met de ANWB voor de palen met een enkele jaren verlengd.