AMSTERDAM - De Amsterdamse politie heeft donderdag de laatste zeven lichamen opgegraven in een onderzoek naar onbekende doden op begraafplaats Sint Barbara in de hoofdstad.

Bij de stoffelijke overschotten is DNA afgenomen.

Het opgraven van de doden kan mogelijk licht werpen op onopgeloste vermissingszaken. Het hoeft niet per se om een misdrijf te gaan.

Sinds september zijn 27 lichamen uit de grond gehaald, aldus de politie vrijdag. De personen zijn eerder op Sint Barbara begraven zonder dat hun identiteit kon worden vastgesteld.

Databank

De politie verwacht in de loop van het jaar de eerste resultaten bekend te kunnen maken van het onderzoek. De verkregen informatie komt terecht in een databank van vermiste personen.

Zo wordt mogelijk duidelijk wat er met bepaalde verdwenen mensen is gebeurd en kunnen hun nabestaanden alsnog duidelijkheid krijgen. Na de opgravingen zijn alle stoffelijke overschotten op een aparte plek op de begraafplaats herbegraven.

De politie kwam op het idee om met de nieuwste DNA-technieken onderzoek op Sint Barbara te doen nadat rechercheurs er waren in verband met een oude moordzaak.

Onbekend

Het viel hen op dat er groot aantal overledenen begraven was van wie de identiteit onbekend is. Omdat de graven geruimd dreigden te worden, besloot de politie een laatste poging te doen de personen alsnog te identificeren.

De rechercheurs waren op het kerkhof om nieuw DNA-materiaal af te nemen van een vrouw die in 1999 in een klikobak in het water van de Gaasp in de buurt van Driemond werd aangetroffen. Haar lichaam was deels in beton gegoten. De vrouw is tot op heden niet geïdentificeerd.