Wilders neemt laatste woord in strafzaak

AMSTERDAM - Geert Wilders heeft woensdag als laatste het woord gevoerd in zijn strafzaak. Daarin hamerde hij er opnieuw op dat met hem de vrijheid van meningsuiting terechtstaat en dat op de schouders van de rechtbank een grote verantwoordelijkheid rust.

 ''Spreek mij vrij. Laat het licht niet uitgaan in Nederland'', aldus Wilders. " Hiermee is het bewogen proces tegen de PVV-leider ten einde. De rechtbank sluit op 9 juni officieel het onderzoek en doet op 23 juni uitspraak.

Wilders plaatste zichzelf in het rijtje van Pim Fortuyn en Theo van Gogh als personen die niet zwijgen over de dreiging van de islam. ''Ik sprak, ik spreek en ik zal spreken. Ik moet spreken.''

Dat hij als gevolg daarvan al jarenlang dagelijks beveiliging nodig heeft, daarover klaagt Wilders niet, zei hij tegen de rechtbank. Klagen doet hij wel over het feit dat hij voor de rechter heeft moeten verschijnen om zijn woorden, in een volgens hem politiek proces.

Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie zag woensdag af van de mogelijkheid om te reageren op het pleidooi van advocaat Bram Moszkowicz in het proces tegen PVV-leider Geert Wilders.

Moszkowicz betoogde maandag dat Wilders op alle punten moet worden vrijgesproken. Hij stelde dat Wilders nooit de bedoeling heeft gehad 'moslims of moslims als groep aan te tasten in hun menselijke waardigheid'.

Wilders wil moslims slechts bewust maken van de gevaren van de totalitaire ideologie, die de islam volgens hem is.

Reactie

Het Openbaar Ministerie kwam vorige week eveneens tot de conclusie dat Wilders niet schuldig is. De officieren van justitie mochten woensdag nog reageren op het pleidooi van Moszkowicz, maar daaraan hadden zij geen behoefte.

"Er is al het nodige gezegd in deze zaak", zei officier van justitie Birgit van Roessel. "Daarom zullen wij niet nader reageren op het pleidooi."

Benadeelde partijen

De zogeheten benadeelde partijen, die zeggen schade te hebben geleden door het optreden van Wilders, maakten wel gebruik van hun spreekrecht.

Advocaat Erik Olof van de zogeheten benadeelde partijen betoogde tijdens deze spreektijd dat de rechtbank in Amsterdam psychologisch onderzoek moet laten doen naar PVV-leider Geert Wilders. Volgens Olof lijdt Wilders aan een gebrek aan inlevingsvermogen.

"Mijn cliënten stellen: het is een vreemde man, de verdachte", zei Olof, die zegt op te treden namens 'gewone moslims'. "Er is weinig te merken van begrip voor mijn cliënten. Hij kan urenlang als een etalagepop hier aanwezig zijn. Mijn cliënten zeggen: die man is toch wel knettergek of schizofreen."

Insinuaties

Rechtbankvoorzitter Marcel van Oosten onderbrak Olof. "Geen insinuaties, scheldpartijen of nare woorden. Ik verbied u dat." Ook Wilders' advocaat Bram Moszkowicz maakte bezwaar. Van Oosten zei dat de rechtbank de suggestie van een psychologisch onderzoek 'te zijner tijd zal meenemen, als het relevant zou kunnen worden'.

Ook andere advocaten van de benadeelde partijen werden door Van Oosten onderbroken. Ze wilden nogmaals ingaan op de strafzaak zelf, in plaats van op de schade die hun cliënten zouden hebben geleden. Dat is tegen de regels, en daarom greep Van Oosten herhaaldelijk in.

Volg dit nieuws op Twitter via NUlive

Lees meer over:
Tip de redactie