Geen verband Balkanmissie en kanker

DEN HAAG - Nederlandse militairen die actief zijn geweest op de Balkan hebben niet vaker leukemie of andere vormen van kanker gekregen dan andere militairen.

Dat stelt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in een woensdag gepubliceerd onderzoek dat in opdracht van Defensie is uitgevoerd.

Aanleiding daarvoor was de commotie die in 2000 ontstond door berichten in binnen- en buitenlandse media over het zogeheten Balkansyndroom.

Onder militairen die zijn uitgezonden naar Kosovo of Bosnië zou leukemie vaker voorkomen, doordat ze stofdeeltjes met verarmd uranium uit antitankgranaten van de NAVO zouden hebben ingeademd.

Het RIVM heeft zo'n eventueel oorzakelijk verband niet onderzocht, maar wel de relatie tussen deelname aan een Balkanmissie tussen 1993 en 2001 en het ontstaan van kanker.

Missie

De onderzoekers hebben gekeken naar de gegevens van ruim 19.000 Balkanveteranen en meer dan 138.000 (oud-)militairen die wel op missie zijn geweest, maar niet op de Balkan. De militairen zijn over een periode van vijftien jaar gevolgd.

Volgens het RIVM blijkt dat Balkangangers ''geen grotere kans'' hebben om kanker te krijgen dan hun collega's die daar niet hebben gediend.

Sterfgevallen

De onderzoekers constateren dat zowel het aantal nieuwe gevallen van kanker als het aantal sterfgevallen tussen 1993 en 2008 onder de Balkanveteranen lager was dan onder de andere groep militairen.

Beide groepen hebben dankzij hun over het algemeen betere conditie bovendien minder kans om kanker te krijgen of te overlijden dan even oude Nederlandse mannen.

Radioactief

De resultaten van het onderzoek komen volgens het RIVM overeen met de uitkomsten van vergelijkbare studies in Denemarken, Zweden en Italië over militairen die op de Balkan hebben gewerkt. In 2005 concludeerde onderzoeksinstituut TNO al dat Nederlandse militairen amper zijn blootgesteld aan deeltjes verarmd uranium, dat licht radioactief is.

Volgens Defensie zijn in totaal 25.000 Nederlandse militairen tussen 1993 en 2001 betrokken geweest bij missies op de Balkan. Na die tijd zijn daar nog zo'n 8000 Nederlanders actief geweest.

Duidelijkheid

Minister Hans Hillen (Defensie) is ''voor alle betrokkenen'' blij met de resultaten van het onderzoek en de duidelijkheid die daardoor ontstaat.

Grondig onderzoek is volgens hem de beste manier om ongerustheid weg te nemen. Hillen hoopt dat de mensen die het betreft nu ook ''rustig kunnen ademhalen''.

Herhalen

Volgens de militaire bonden zou het goed zijn om het onderzoek over vijf jaar te herhalen om een compleet beeld te krijgen. ''Mogelijk kunnen we het boek dan definitief sluiten'', zei AFMP-voorzitter Wim van den Burg.

Hij ziet de uitkomsten als een geruststellende gedachte voor Balkanveteranen die bang zijn kanker te krijgen als gevolg van hun uitzending, al zegt de studie niets over een mogelijk verband tussen blootstelling aan verarmd uranium en leukemie.

Volgens ACOM-voorzitter Jan Kleian zouden de cijfers geen aanleiding tot ongerustheid moeten geven. ''Maar ik zeg niet dat er niks aan de hand is.'' Kleian wijst erop dat het onderzoek Balkanbreed is gedaan, terwijl sommige militairen juist ongerust zijn over hun verblijf op specifieke locaties, zoals in Potocari.

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?

NUwerk

Tip de redactie