Korpschef pareert kritiek op zaak-Milly

AMSTERDAM – De korpschef van de politie Zuid-Holland-Zuid vindt dat er ten tijde van de vermissing van het 12-jarige meisje Milly Boele in Dordrecht adequaat en snel is gehandeld.

"Ik kan me niet voorstellen wat mijn agenten meer hadden kunnen doen", zegt Teun Visscher woensdag op Radio 1.

De korpschef reageert hiermee op een dinsdag uitgelekt onderzoeksrapport waarin kritiek wordt geuit op het optreden van het korps.

Volgens het rapport dat is opgesteld naar aanleiding van de verdwijning en de wijze waarop politie en justitie opereerden, werd de vermissing van het meisje te lang onderschat.

Visscher weerspreekt die kritiek en zeg dat agenten binnen een kwartier na de eerste melding ter plaatse waren en dat er binnen een uur veertig politiemensen naar Milly op zoek waren.

Informatie

Tegelijkertijd werd volgens het rapport echter verzuimd om in de beginuren alle informatie centraal te verzamelen.

Daardoor zou de laatste informatie over Milly niet op waarde zijn geschat. De familie verklaarde direct dat het meisje aan de telefoon vertelde dat ze moest ophangen omdat er ‘een buurman’ voor de deur stond.

Daarnaast stelt de commissie dat de politie en het Openbaar Ministerie (OM) de vermissing te lang als ‘gewoon’ hebben bestempeld, in het rapport wordt gesteld dat de politietop en het OM aan de hand van verschillende aanwijzingen de vermissing als ‘zeer ernstig’ hadden moeten aankaarten.

Het OM heeft wel erkend dat er fouten zijn gemaakt in de zaak. "De gezaghebbende leidinggevenden hadden bij elkaar moeten komen om beslissingen te kunnen nemen", zei het OM dinsdagavond in een reactie op het rapport tegen de NOS.

Sander V.

Het 12-jarige meisje verdween in maart 2010 en werd na een week dood gevonden in de tuin van haar buurman en politieagent Sander V.

V. is inmiddels veroordeeld tot 18 jaar cel en tbs voor de moord op Milly. Zowel V. als het OM zijn tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan.

Lees meer over:
Tip de redactie