AMSTERDAM - De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft voorafgaand aan de moord op filmmaker Theo van Gogh in 2004, fouten gemaakt. Dat zegt oud-medewerker Heleen de Waal vrijdag in dagblad De Pers.

Door een falen op hoger niveau werden de risico’s voor Van Gogh verkeerd ingeschat, zegt De Waal in de krant.

Het zou leidinggevenden aan kennis en kunde hebben ontbroken om een toen nog onervaren medewerkster te begeleiden bij de behandeling van het dossier van Mohammed B., de man die Van Gogh op 2 november 2004 in Amsterdam vermoordde.

Volgens moslimextremist B. had Van Gogh de islam beledigd. In juli 2005 kreeg Mohammed B. een levenslange gevangenisstraf opgelegd.

De Waal stond samen met haar partner terecht op verdenking van het lekken van staatsgeheimen naar De Telegraaf. Het stel werd vorig jaar vrijgesproken, maar er dient nog een hoger beroep.

Informatie

In haar boek Halve lucht, dat zaterdag verschijnt, beschrijft De Waal dat de informatie over het risico dat Van Gogh liep binnen handbereik was, maar onvoldoende werd beoordeeld.

De Commissie van Toezicht op inlichtingendiensten concludeerde (rapport) in 2008 dat de AIVD over veel meer informatie over Mohammed B. beschikte dan de dienst en de minister destijds hebben toegegeven. De AIVD hield lange tijd vol dat B. slechts een “bijfiguur” is geweest.

Achteraf bleek dat de AIVD informatie had die volgens eigen criteria tot verhoogde alertheid had moeten leiden. Zo was onder meer bekend dat de man lid was van de Hofstadgroep en werd hij een keer opgepakt met het telefoonnummer van een internationale terrorist op zak.

“Meestal gaat het goed, stroomt er geen bloed uit operationele missers of analytische blunders. De moord op Theo van Gogh is een trieste uitzondering”, schrijft de oud-AIVD’er. “Door te weinig kennis en kunde op hoger niveau was er geen controlemechanisme en kon een individu een dergelijke verkeerde inschatting maken. Met gruwelijke gevolgen die nog lang op het netvlies van veel landgenoten staan.”

Remkes

De Waal noemt de manier waarop toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Johan Remkes destijds in de Tweede Kamer sprak over de rol van de AIVD “schandalig”. “Ik herinner me nog dat ik met collega’s naar dat debat op tv keek. Tenenkrommend. Hij had moeten zeggen: het spijt me verschrikkelijk, maar we zaten ernaast”, aldus de Waal tegen de krant.

De AIVD liet vrijdag in een reactie weten zich niet vrij te voelen op de aantijgingen van de oud-medewerkster te reageren, omdat er nog een strafzaak tegen de vrouw loopt, die draait om het lekken van staatsgeheime informatie.

In die zaak werden Heleen de Waal (in dat kader aangeduid als Heleen S.) en haar partner Hans H. vorig jaar door de rechtbank vrijgesproken, nadat justitie celstraffen van enkele jaren tegen hen had geëist. Het Openbaar Ministerie heeft tegen die vrijspraken hoger beroep aangetekend.

Brief

Voor wat betreft de zaak-Van Gogh verwijst de AIVD naar een brief van toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Johan Remkes uit 2006 en naar een rapport van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) uit 2008.

Volgens die commissie had de AIVD meer aandacht moeten besteden aan Mohammed B. Niettemin vond zij het ook begrijpelijk dat de dienst destijds geen aanwijzingen had dat B. een concrete bedreiging vormde voor Van Gogh.

Wilders

PVV-leider Geert Wilders eist opheldering over het mogelijke falen van de AIVD.

Wilders wil binnen een paar dagen al antwoord van de minister van Binnenlandse Zaken.

Theo van Gogh