DEN HAAG - Scholen trekken te snel hun handen af van probleemleerlingen in plaats van hen verder te helpen. Dat stelde de Nationale ombudsman, Alex Brenninkmeijer, woensdag in de Tweede Kamer.

Volgens hem zitten te veel leerlingen, veelal met psychische- of gedragsproblemen, daardoor te vaak lang thuis.

In januari publiceerde de ombudsman een rapport over thuiszittende leerlingen. Daaruit bleek dat iedere dag circa achthonderd kinderen niet naar school gaan.

Jaarlijks gaat het om ongeveer drieduizend leerplichtige kinderen die langer dan vier weken thuis zitten. Volgens Brenninkmeijer is het een plicht van scholen leerlingen met 'een vlekje' juist onderwijs te bieden.

Alternatief

''Het is beter om die kinderen een oplossing te bieden op school die misschien maar voor 80 procent werkt, dan ze thuis te laten zitten'', zei Brenninkmeijer. ''Pas als er een alternatief is, mag een leerling van school worden gestuurd.''

Brenninkmeijer noemde het eerder een grote misstand dat er zoveel kinderen lang thuis zitten. Hij vindt dat gemeenten via de leerplichtambtenaar een doorslaggevende rol moeten spelen om dat te beperken en te voorkomen.

Leerplichtambtenaar

''De leerplichtambtenaar moet daarbij geen veldwachter zijn, maar een bemiddelaar'', zegt hij. ''Een goede leerplichtambtenaar kan namelijk wonderen verrichten.''

Volgens Brenninkmeijer kan een zorgplicht voor scholen een groot deel van de problemen oplossen. ''Daarmee neem je namelijk de vrijblijvendheid aan de kant van scholen weg'', aldus de ombudsman.

Nu is er volgens Brenninkmeijer vaak geen plek voor een kind. ''In plaats van aanbodgestuurd onderwijs zouden we naar vraaggestuurd onderwijs moeten streven'', stelt hij.