RIJSWIJK - Een deel van de Nederlandse bevolking heeft een sterk gevoel van maatschappelijk en politiek onbehagen, maar het gaat wel om minder Nederlanders dan een aantal jaren terug. Ging het in 2004 om een derde van de bevolking, vijf jaar later was dat 26 procent.

Dat ligt wel weer veel hoger dan medio jaren negentig toen 17 procent dat gevoel had. Een en ander blijkt uit een donderdag gepubliceerd onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Gevoelens van machteloosheid over de huidige situatie en een 'gouden gloed' over het verleden leiden ertoe dat een groot deel van de bevolking vindt dat vroeger alles beter was.

Het onbehagen richt zich op de manier waarop we samenleven (verharding, ik-cultuur, geen respect); zorgen over maatschappelijke problemen (onveiligheid, multiculturele samenleving) en zorgen over de politiek (die niet luistert en de problemen niet aanpakt).

Perspectieven

Het gaat om de zogenoemde Tweede Verdiepingsstudie Continu Onderzoek Burgerperspectieven waarin ontwikkelingen en constanten van de Nederlandse publieke opinie in de periode 2008-2010 centraal staan. Het SCP laat daarvoor regelmatig enquêtes uitvoeren, maar interviewt ook deelnemers.

De onderzoekers noemen het opvallend dat veel Nederlanders zich machteloos voelen. Men denkt individueel niets aan de situatie te kunnen veranderen en vertrouwt dat ook de politiek en overheid niet toe.

Tevredenheid

Enerzijds heerst grote tevredenheid over het eigen leven, maar anderzijds is er bezorgdheid over de samenleving en politiek. Het onbehagen lijkt zich te concentreren bij lageropgeleiden, Telegraaflezers, Limburgers en PVV-stemmers.