GENK - Het ontslag van een uitzendkracht van een Belgisch filiaal van de Hema is niet gericht tegen het dragen van een hoofddoekje, maar heeft te maken met respect voor Belgische gewoonten. Dat heeft de Hema dinsdagmiddag verklaard.

De Vlaamse krant De Standaard meldde dinsdag dat de uitzendkracht van de vestiging Genk was ontslagen omdat ze een hoofddoek droeg. De Hema bevestigde het bericht 's middags.

De filiaalleiding had na een verzoek van de medewerkster in eerste instantie ingestemd met het hoofddoekje, maar kwam daar na ''veel negatieve reacties van klanten'' op terug.

Aanpassen

''Omdat het in België niet gebruikelijk is in openbare ruimten een hoofddoek te dragen en wij ons als Hema aanpassen aan de cultuur en gewoonten van een land, is de uitzendkracht gevraagd haar hoofddoek niet meer te dragen'', aldus de winkelketen. De vrouw weigerde, waarna haar contract niet werd verlengd.

''In België is het klaarblijkelijk niet gebruikelijk een hoofddoek te dragen in winkelketens, supermarkten en publieke functies. Hema conformeert zich aan de gewoonten van een land'', zegt de Hema.

Anders

Het winkelbedrijf vindt dat België of andere landen waar het filialen heeft, niet is te vergelijken met Nederland waar over het algemeen anders wordt aangekeken tegen het dragen van een hoofddoek.

De Hema wil benadrukken dat de beslissing het contract met de uitzendkracht niet te verlengen ''niet is gericht tegen het dragen van hoofddoeken in het bijzonder, maar dat dit geldt voor alle uitingsvormen die afbreuk zouden doen aan een neutraal en discreet imago van Hema''.

Onderzoek

De Belgische regering eist een onderzoek naar de hoofddoekjesaffaire.

Vicepremier en minister van Gelijke Kansen Joëlle Milquet heeft het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding gevraagd om de zaak aan een grondig juridisch onderzoek te onderwerpen.

Dat maakte het ministerie bekend. De christendemocratische Milquet wijst erop dat rechters al herhaaldelijk hebben gesteld dat een vraag om te discrimineren van klanten van een onderneming of van derden op geen enkele manier discriminatie kan rechtvaardigen.