DEN HAAG - De Raad van State buigt zich woensdag 30 maart tijdens een zitting over de zaak van het meisje Sahar. Dat heeft een woordvoerster dinsdag gemeld.

Minister Gerd Leers (Immigratie en Asiel) maakte eind januari bekend in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechter in de zaak van het meisje Sahar.

Volgens de rechtbank in Den Bosch mogen Sahar Hbrahim Gel uit Sint Annaparochie en haar familie voorlopig niet worden teruggestuurd naar Afghanistan.

Verwestering

Met het hoger beroep wil Leers duidelijkheid krijgen over de vraag of verwestering van een Afghaans meisje door langdurig verblijf in Nederland reden moet zijn om hier te blijven. In de zitting voor de Raad van State kunnen beide partijen nogmaals hun argumenten in de zaak toelichten.

De raad streeft ernaar daarna binnen zes weken uitspraak in de zaak te doen.

Leefwijze

De rechtbank in Den Bosch vond dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom Sahar zich in Afghanistan aan de leefwijze in dat land zou kunnen aanpassen. Ze heeft daar maar heel kort gewoond en is in Nederland opgegroeid met westerse opvattingen.

Maar Leers wil nu antwoord op de fundamentele vraag wie verantwoordelijk is voor haar lange verblijf in Nederland.

Hij schrijft het toe aan de procedures die Sahar en haar familie aanspanden, maar de oppositie in de Tweede Kamer wijst juist naar de overheid. Die zou termijnen om te beslissen over asielaanvragen, fors hebben overschreden.

Eenduidig

Leers heeft zijn collega Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) gevraagd hem op de hoogte te brengen van de situatie van schoolgaande meisjes in Afghanistan. De bestaande informatie is niet eenduidig, vindt Leers.

Diverse oppositiepartijen reageerden verontwaardigd op de uitspraken van Leers. Sahar kon dinsdagochtend nog niet zeggen of ze zelf bij de zitting aanwezig zal zijn.