AMSTERDAM - De etnische en sociale samenstelling in een buurt en op een school heeft invloed op de prestaties van leerlingen in het voortgezet onderwijs, maar etnische en sociale menging in buurten en op scholen is niet het antwoord op ongelijke onderwijskansen.

Dat blijkt uit het proefschrift waarop promovenda sociale geografie Brooke Sykes donderdag aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) promoveert.

Sykes concludeert dat het soort buurt waarin iemand opgroeit een bescheiden effect heeft op de schoolprestaties.

Jongeren die in meer welgestelde gebieden wonen, bereiken een hoger onderwijsniveau dan jongeren in buurten met relatief veel lage inkomens. Maar die relatie blijkt niet voor alle groepen hetzelfde, zo stelt Sykes.

Zwakkere relatie

De schoolprestaties van leerlingen uit huishoudens van hogere sociaal-economische klasse hebben een zwakkere relatie met het soort buurt waar ze wonen dan die van jongeren uit lagere klasse.

Sykes waarschuwt voor het idee dat het creëren van gemengde scholen en buurten het verschil in onderwijskansen zal oplossen.

''Verschillende minderheidsgroepen presteren in vergelijking met autochtone Nederlanders slechter, en groepen met een lagere sociaal-economische status presteren slechter dan leerlingen uit een hogere klasse. Maar de sociale en etnische samenstelling van scholen vormt daar geen verklaring voor'', aldus Sykes.

Sociale ongelijkheid

Sykes wijst er op dat de overheid zich richt op het bevorderen van sociaal gemengde buurten om armoede en sociale ongelijkheid aan te pakken. ''Een waarschuwing tegen het kritiekloos accepteren van zulk beleid is volgens mij op zijn plaats.''

De UvA-promovenda baseert zich in haar proefschrift onder meer op eerdere studies naar samenhang tussen buurt, school en sociale kansen, een onderzoek dat een grote groep leerlingen vanaf hun eerste jaar op de middelbare school volgt en interviews met Amsterdamse scholieren.