UTRECHT - Meer dan de helft van de besturen in het voortgezet onderwijs heeft niet vastgelegd wat de procedures zijn rond integriteit. Het gaat dan om regelingen die belangenverstrengeling tegengaan en die aangeven of nevenfuncties zijn toegestaan.

Dat blijkt uit dinsdag gepubliceerd onderzoek van de organisatie voor voortgezet onderwijs, de VO-raad.

De VO-raad heeft laten onderzoeken in hoeverre de twee jaar geleden ingevoerde Code Goed Onderwijsbestuur is doorgevoerd. Een van de conclusies is dat nagenoeg alle onderdelen van de code goed zijn ingevoerd.

Omdat regels over integriteit niet in de code zijn opgenomen, heeft zo'n 50 tot 60 procent van de besturen dit niet vastgelegd. De VO-raad gaat een passage daarover expliciet opnemen in de code.

De Code Goed Onderwijsbestuur, twee jaar geleden door de sector afgesproken, regelt onder meer de scheiding tussen toezicht en bestuur en de wijze van sturing en beheersing van de organisatie.