BRUSSEL - De bevriezing van de contacten is een zeer vergaande maatregel in het diplomatieke verkeer.

Dat stelde minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) maandagavond in Brussel in een reactie op kritiek dat Den Haag te slap zou hebben gereageerd op de executie van de Nederlands-Iraanse Zahra Bahrami in Iran.

Nederland bevroor zaterdag de contacten, maar wees de Iraanse ambassadeur niet uit. Ook werd de Nederlandse ambassadeur in Iran niet teruggeroepen.

De ambassadeur in de Iraanse hoofdstad Teheran is van het grootste belang voor de nabestaanden van Bahrami daar. ''Zij moeten op het hoogst denkbare niveau worden geholpen'', aldus Rosenthal.

Gevangenis

Ook wees hij erop dat een aantal Nederlanders met de Iraanse nationaliteit in een Iraanse gevangenis zit. ''Wij sluiten niets uit'', stelde de minister na de onverwachte executie van Bahrami enkele dagen geleden.

De minister probeerde tijdens een vergadering met zijn EU-collega's in Brussel steun te vinden voor maatregelen tegen Iran wegens de executie. Volgens Rosenthal vond een aantal landen sancties op hun plaats.

Inreisverbod

Tot een gemeenschappelijk standpunt kwam het (nog) niet. Nederland denkt aan een gericht inreisverbod voor leden van de Iraanse rechterlijke macht.

De bewindsman riep op tot een eensgezinde koers. Hij stelde dat wat met Bahrami in Iran is gebeurd, iedereen daar kan overkomen met een half-Iraanse nationaliteit.

Aangedaan

Volgens Rosenthal waren zijn collega's ''aangedaan'' over de gebeurtenissen. Hij prees de ''snelle'' reactie van EU-buitenlandchef Catherine Ashton, die maandag de executie krachtig veroordeelde.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft pas nadat het doodvonnis tegen de Zahra Bahrami was uitgesproken, een financiële bijdrage geleverd voor een advocaat in Iran om de executie van de Iraans-Nederlandse vrouw te voorkomen. Dat heeft een woordvoerder van het ministerie maandag gemeld.

Televisieprogramma

De advocaat van Bahrami in Nederland Adrie Tilburg zei maandagavond in het televisieprogramma Uitgesproken Vara dat Bahrami al in november een verzoek heeft ingediend bij het ministerie om een advocaat in Iran te bekostigen, maar dat het ministerie dit toen weigerde.

Volgens de woordvoerder is het standaard beleid van Buitenlandse Zaken om voor gedetineerde Nederlanders in het buitenland pas een advocaat betalen op het moment dat een doodvonnis is uitgesproken. De zegsman benadrukte dat Iran de dag voor de executie van Bahrami het ministerie nog te kennen heeft gegeven dat er nog ruimte was voor besprekingen in de zaak.

Drugsdelict

Zahra Bahrami, de Nederlands-Iraanse vrouw die zaterdag in Iran werd opgehangen wegens drugshandel- en bezit, is in 2003 ook in Nederland veroordeeld voor een drugsdelict. Dat meldt Nieuwsuur maandagavond op basis van documenten die het programma bezit.

Het ging volgens het tv-programma om de invoer van 16 kilo cocaïne vanuit het Caraïbisch gebied naar Nederland. Bahrami kreeg destijds drie jaar cel, waarvan een jaar voorwaardelijk. Ook is zij in 2007 veroordeeld voor het vervalsen van een paspoort.

Farce

Minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken zei in Nieuwsuur dat de informatie geen ander licht werpt op de zaak. Het proces in Iran tegen Bahrami was volgens hem een farce.

De Iraanse ambassadeur in Nederland stelt in het programma dat Iran wist van haar veroordeling in Nederland. Volgens hem is de vrouw in Iran gearresteerd voor een drugsdelict en het vervalsen van paspoorten, en niet voor het bijwonen van een demonstratie in Iran.