AMSTERDAM - Het aantal leerlingen dat voortijdig stopt met school is opnieuw gedaald. Vorig schooljaar verlieten ruim veertigduizend jongeren hun school zonder diploma, drieduizend minder dan in het jaar ervoor.

Dat heeft minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt (CDA) woensdag bekendgemaakt.

Vanaf volgend jaar mag de jaarlijkse uitval niet meer dan 35 duizend leerlingen zijn. Dat is een halvering ten opzichte van 2002.

Volgens Van Bijsterveldt een ambitieuze maar haalbare doelstelling. "In het voortgezet onderwijs en bij enkele mbo-instellingen zijn de resultaten goed. Dat bewijst dat het kan."

Op de bon

Om de doelstelling te bereiken, worden scholen die nalaten het spijbelgedrag van leerlingen te melden binnenkort op de bon geslingerd. Volgens de minister blijft de kans op uitval anders te groot.

"Elke school heeft simpelweg een wettelijke taak om spijbelende leerlingen te melden. Scholen die zich niet aan de wet houden, krijgen binnenkort de Inspectie op bezoek."

MBO-raad

De kans is heel groot dat de daling niet gaat doorzetten. ''Het laaghangende fruit is nu geplukt, wat overblijft zijn de echte probleemgevallen’’, zei Jan van Zijl, voorzitter van de MBO Raad, woensdag. ''Voor een verdere daling is meer dan een waarschuwende vinger van de minister nodig.''

Van Zijl twijfelt aan de haalbaarheid van de doelstelling van de minister van Onderwijs om de uitval in 2016 terug te brengen naar 25.000 leerlingen.

Winstwaarschuwing

''Ik geef nu alvast een winstwaarschuwing’’, aldus de voorzitter. Het ministerie maakte woensdag bekend dat het aantal leerlingen dat in het schooljaar 2009-2010 voortijdig met hun school is gestopt, met drieduizend is gedaald tot 39.600 leerlingen.

Veel schoolverlaters op het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) hebben sociale problemen, zoals een slechte thuissituatie of schulden. ''We proberen dit aan te pakken, maar het kabinet bezuinigt zowel op onderwijs als de jeugdzorg.’’

De voorzitter juicht de ambitie van de minister toe, maar plaatst meteen de kanttekening dat ''het wel makkelijk is om beleidsplannen vanachter een Haags bureau te schrijven’’. ''Laat haar maar eens een tijdje meelopen als bestuurder op een mbo.’’

Niveau 2

Een groot probleem is volgens Van Zijl dat mbo-instellingen leerlingen zonder middelbare school diploma moeten toelaten op niveau 2, het een na laagste niveau op het mbo.

''Die instroom kan beter op het laagste niveau, niveau 1. Dat is veel beter toegesneden op het bieden van zorg. Nu hebben de leerlingen een te laag niveau als ze instromen.’’

Ook met de rekenen- en taalachterstand die veel leerlingen hebben als ze op het mbo komen, heeft Van Zijl veel moeite. ''Het is geen verwijt naar het vmbo, maar veel jongeren kunnen nauwelijks rekenen en schrijven als ze hier komen.’’

Instroom aanpassen

Het aantal schoolverlaters kan volgens Van Zijl pas serieus teruggedrongen worden als zowel de instroom van leerlingen zonder diploma wordt aangepast en het taal- en rekenonderwijs op de vmbo’s wordt verbeterd.

''En dan nog is het maar de vraag of het überhaupt mogelijk is. Want je kan puberende jongeren lastig tegen hun zin op school houden.’’