AMSTERDAM - Een landelijke proef waarbij peuters met een leerachterstand zich kunnen ontwikkelen op een basisschool, gaat komende zomer van start.

Dat maakte een woordvoerster van onderwijsminister Marja van Bijsterveldt maandag bekend.

Doel van de proef is om de prestaties van jonge leerlingen met een (taal)achterstand vroegtijdig en spelenderwijs te verbeteren, zodat deze ‘startgroepkinderen' alsnog een vliegende start kunnen maken op het moment dat ze 'echt' naar de basisschool gaan.

''Voor deze leerlingen en hun ouders is het van groot belang dat ze een vliegende start, in plaats van een valse start maken. En voor meesters en juffen en andere klasgenootjes op de basisschool heeft dit ook grote voordelen. Alle betrokkenen hebben hier profijt van”, aldus Van Bijsterveldt.

Onderwijsraad

Vorig jaar bracht de Onderwijsraad het advies 'Naar een nieuwe kleuterperiode in de basisschool' uit.

De raad stelde daarin voor dat de basisschool ''een rijk aanbod voor alle driejarigen'' zou moeten verzorgen gedurende vijf ochtenden in de week.

Ook suggereerde de raad om voor deze specifieke groep meer hbo-opgeleide docenten in te zetten.

Landelijk experiment

Geïnspireerd door dit advies besloot de minister een landelijk experiment te starten voor peuters in het basisonderwijs. Daarbij kiest zij ervoor om de focus te leggen op het wegwerken van achterstanden bij peuters vanaf 2,5 jaar oud.

Ze praat met een aantal gemeenten die hebben aangeven veel interesse te hebben in dit nieuwe initiatief. Binnenkort wordt bekend welke gemeenten aan het experiment deelnemen.

Daarbij denkt de bewindsvrouw ook aan een proefproject in een krimpregio, waardoor kleine schooltjes kunnen voortbestaan. 

Voorschoolse eduactie

Op dit moment is er voor peuters met een achterstand voorschoolse educatie beschikbaar op peuterspeelzalen en in kinderdagverblijven. Kinderen worden daar door pedagogisch medewerkers op mbo-niveau begeleid

In de peutergroepen die meedoen aan het ‘startgroep-experiment', bestaat dankzij de subsidie de begeleiding zowel uit mbo’ers als uit hbo’ers. Voor het experiment stelt het kabinet dit jaar ruim 1 miljoen euro beschikbaar.

Rotterdam

Rotterdam heeft inmiddels laten weten twee- en driejarige kinderen met een taalachterstand binnenkort professioneler worden begeleid. Daarvoor wordt bij wijze van proef de zogeheten groep nul gekoppeld aan de basisschool.

Dat maakt de Rotterdamse wethouder Hugo de Jonge (CDA) maandag bekend in het eerste deel van zijn onderwijsbeleid Beter Presteren.

Verschil met de huidige voor- en vroegschoolse educatie (vve) is dat voor de nieuwe groep nul minimaal één leerkracht op hbo-niveau komt te staan. Daarnaast gaan kinderen minimaal vijf dagdelen naar groep nul, in plaats van vier.

Training

Ook krijgen ouders een training aangeboden die hen helpt om de taalontwikkeling van hun kinderen te stimuleren. Ouders die hieraan actief deelnemen, betalen een lagere ouderbijdrage.

Ouders van kinderen die dit nodig hebben, worden net zo lang bezocht totdat ze hun kind inschrijven op een voorschool. De Jonge onderzoekt met het ministerie van Onderwijs of de deelname verplicht kan worden gesteld.

Stichting Lezen en Schrijven

Het is enorm belangrijk dat taalproblemen bij kinderen vroegtijdig op school worden aangepakt, maar als je de ouders er niet bij betrekt, heeft het weinig zin.

Dat stelt directeur Margreet de Vries van Stichting Lezen en Schrijven in Den Haag. Ze zegt zelf ''superblij’’ te zijn met het initiatief van minister Marjka van Bijsterveldt om (taal-)achterstand al op peuterleeftijd aan te pakken.