DEN HAAG - Nederlandse militairen die in Irak betrokken waren bij omstreden verhoren van Iraakse gevangenen zullen niet worden vervolgd.

Dat blijkt uit antwoorden die minister Hans Hillen van Defensie naar de Tweede Kamer heeft gestuurd na vragen van de SP.

Die partij wilde onder meer weten hoe het stond met de onderzoeken van het OM naar de rapporten van de commissie-Van den Berg en van de Commissie van Toezicht betreffende de inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD), over de misstanden bij de verhoren.

Martelingen

In 2006 kwam de krijgsmacht in opspraak door onthullingen over vermeende martelingen tijdens verhoren.

Volgens de commissies was er geen sprake van martelingen maar waren er wel fouten gemaakt. Zo waren er illegaal elektrische wapenstokken mee naar Irak genomen.

Ook concludeerde de commissie-Van den Berg, die door de toenmalige defensieminister Henk Kamp was ingesteld, dat Nederlandse militairen mogelijk internationaal humanitair recht hadden geschonden.

Finaal oordeel

Politiek gezien liep de zaak in 2007 met een sisser af toen bleek dat er niet was gemarteld. Zoals gebruikelijk worden alle incidenten en onderzoeken over militairen naar het OM in Arnhem gezonden voor een finaal oordeel.

Het OM kwam eind vorig jaar tot zijn conclusie om niet verder te vervolgen maar bracht dat niet actief naar buiten, omdat er Kamervragen over waren gesteld.

Dossier

Het OM heeft er drie jaar over gedaan om het dossier-Irak af te ronden. Dat komt volgens een woordvoerster van het OM door het uitgebreide feitenonderzoek dat de marechaussee had ingesteld.

Daarvoor werden mensen ondervraagd die al uit dienst waren of die in het buitenland verbleven. Ook waren ongeveer 14.000 pagina's documentatie beschikbaar van de commissies.

Het ministerie van Defensie is verheugd dat er na zo lange tijd duidelijkheid is voor de betrokkenen, zo liet een woordvoerder weten.