AMSTERDAM - De Raad voor de Kinderbescherming heeft deze maand een stokje gestoken voor de adoptiewens van Robert M., de hoofdverdachte in de Amsterdamse zedenzaak.

De verdachte en zijn man, ook verdachte in de affaire, kregen geen zogenoemde beginseltoestemming. Een woordvoerder van de raad bevestigde dat dinsdag.

De woordvoerder benadrukt dat het besluit van de kinderbescherming is gevallen net voordat de zedenzaak aan het licht kwam. Een motivering voor de beslissing wilde hij niet geven. ''We zijn altijd terughoudend met informatie over specifieke procedures en nu extra.''

Als aspirant-ouders tot adoptie willen overgaan, volgt een uitvoerige en vaak langdurige procedure. Het paar krijgt bijvoorbeeld veel informatie.

Onderzoek

De Raad voor de Kinderbescherming, onderdeel van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, doet verder onderzoek naar de situatie van de potentiële ouders. Volgens de woordvoerder wordt daarbij gekeken naar de huidige situatie, de relatie, de omgeving en ook naar vaardigheden voor het ouderschap die al aanwezig zijn of mogelijk kunnen worden ontwikkeld.

''Dat doen we zorgvuldig, ook omdat het hier gaat om te adopteren kinderen, en die zijn vaak kwetsbaar.''

De raad kan uiteindelijk een beginseltoestemming geven, waarmee de procedure kan worden voortgezet. In dit geval is die toestemming er niet gekomen. Over de reden wil de woordvoerder dus niets zeggen. De aanvragers kunnen in beroep, maar dat is in dit geval niet gebeurd, aldus de zegsman van de Raad voor de Kinderbescherming.