DEN HAAG - Veruit de meeste gemeenten in Nederland leggen de komende jaren veel meer verantwoordelijkheid bij hun burgers.

Ze kijken niet alleen naar wat zij hun inwoners kunnen aanbieden, maar vooral wat die burger zelf wil doen.

''Dat moet je niet negatief zien. Mensen willen in deze moderne samenleving zaken veel meer zelf opknappen dan vroeger'', aldus een woordvoerder van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Als voorbeeld geeft hij een vuil plantsoen waar burgers bij de gemeente over klagen. ''In plaats dat de gemeente dat opruimt, zou je mensen geld kunnen geven. Daarmee kunnen ze bijvoorbeeld bezems aanschaffen om de buurt samen schoon te houden.''

Een ander voordeel is volgens de VNG dat wanneer 80 procent van de burgers zelfredzaam is, gemeenten meer tijd en geld kunnen besteden aan de 20 procent die echt hulp nodig heeft.

 Visie

De VNG schreef een visie over hoe gemeenten kunnen omgaan met de veranderende behoefte van mensen.

In Dienstverlening draait om mensen staat dat gemeenten de zelfredzaamheid van de burger meer moeten ondersteunen. In ruim driekwart van de gemeentelijke coalitieakkoorden is deze passage overgenomen, blijkt uit onderzoek van TNS NIPO.

Burgers kunnen in de komende jaren gemakkelijker aankloppen bij gemeenten. ''Als jij als burger iets wilt, ga je altijd naar de gemeente. Het Rijk zet alleen nog maar de grote lijnen uit. Als je dat wilt, deelt de gemeente jouw gegevens. Wil je dan een uitkering aanvragen bij het UWV, hoef je niet twee keer te vertellen wie je bent.''

Op de schop

De dienstverlening van gemeenten moet de komende jaren wel flink op de schop; die moet veel persoonlijker en individueler.

Dat vergt volgens de visie van de VNG een belangrijke omslag in gedrag en houding van ambtenaren. Zij moeten reageren op de vraag van burgers en niet kijken wat zij zelf in de aanbieding hebben. Ook moeten regeltjes worden geschrapt.

Volgens de VNG gaat de burger op veel meer terreinen merken dat hij zelf de regie krijgt, bijvoorbeeld bij de Wet maatschappelijke ondersteuning.

''We zeggen niet meer: we geven iemand een rolstoel omdat hij gehandicapt is. We willen in gesprek achterhalen wat zo’n iemand echt wil. Misschien kan hij zich prima redden zonder rolstoel en heeft hij meer behoefte aan een boodschappendienst.’’