DEN HAAG - De aanklagers in het proces tegen Geert Wilders hoeven niet vervangen te worden. Dat heeft de rechter in Den Haag vrijdag besloten.

De rechter meent dat het Openbaar Ministerie één en ondeelbaar is.

De zogeheten benadeelde partijen in het strafproces tegen Geert Wilders hadden een kort geding tegen de Nederlandse Staat aangespannen.

Vrijspraak

Daarin eisten de betrokken minderheidsorganisaties onder meer dat het OM andere officieren van justitie op de strafzaak zou zetten. De eisers zijn boos dat het OM vrijspraak voor de PVV-voorman heeft gevraagd.

Wilders staat terecht voor het aanzetten tot discriminatie en haat en voor groepsbelediging. Het proces is tijdelijk stil komen te liggen doordat Wilders' raadsman Bram Moszkowicz de rechtbank met succes wraakte.

De rechters hadden de schijn van partijdigheid op zich geladen. Daarom moeten nieuwe rechters de zaak nu gaan behandelen. De benadeelde partijen hebben deze caesuur aangegrepen hun ongenoegen over het optreden van het OM aan te kaarten bij de kortgedingrechter.

'Niet aan de rechters'

Maar die rechter wijst hun wensen resoluut af. ''Het is namelijk niet aan de rechter om te bepalen wie binnen het OM met bepaalde taken wordt belast'', zo staat in het vonnis.

Verder kan de civiele rechter geen opdracht aan het OM geven voor het formuleren van de aanklacht. Alleen het gerechtshof kan dat doen. De kortgedingrechter: ''Aan het in deze zaak gegeven bevel heeft het OM in strikte zin voldaan.''

De rechtbank in Amsterdam wil het proces tegen Wilders op 7 februari met nieuwe rechters weer beginnen.