AMSTERDAM - De deeltjes van een verloren gewaande slip van Christel Ambrosius bevatten geen DNA van Ronald P., die wordt verdacht van het verkrachten en vermoorden van het 23-jarige slachtoffer.

Dat bleek donderdag tijdens het hoger beroep in de zogeheten Puttense moordzaak.

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), dat de slipfragmenten aantrof in een vriezer, heeft in die fragmenten alleen DNA gevonden van het slachtoffer. Ook blijkt er een lichaamshaar opgedoken waarvan niet duidelijk is van wie die afkomstig is.

Om meer duidelijkheid te verkrijgen over de gevonden sporen, willen de rechters een DNA-deskundige van het NFI ondervragen. Wanneer dat gaat gebeuren, is nog niet bekend.

Lichaamshaar

P. liet het gerechtshof in Arnhem weten bereid te zijn een lichaamshaar af te staan om een DNA-vergelijking te kunnen doen. P. zou vaak met getuige Rob van H. hebben gepraat over de Puttense moordzaak.

Christel Ambrosius werd in januari 1994 omgebracht. Haar lichaam werd aangetroffen in de woning van haar oma in de bossen van Putten.

Donderdagochtend verklaarde Van H. tegenover het Arnhemse hof dat P. ook regelmatig met hem sprak over de moord op de Rijswijkse Anneke van der Stap in 2005. De zaak tegen P. gaat waarschijnlijk vrijdag verder.

Getuigenis

Donderdagmiddag trad een medegevangene als getuige op. Daarbij bleek dat P. hoogstwaarschijnlijk geen bekentenis heeft afgelegd.

De man suggereerde wel details van P. te hebben gehoord over de moord op Anneke van der Stap uit Rijswijk in 2005, waar P. ook van wordt verdacht. De getuige moest zich donderdag echter alleen beperken tot verklaringen over de moord op de Puttense Christel Ambrosius in 1994.