LONDEN - Een voormalige Russische geheim agent stelt dat zijn dienst de moord heeft gepleegd op de Nederlandse hulpverlener Hans Elkerbout in de Russische regio Tsjetsjenië in december 1996.

De moord op Elkerbout en vijf buitenlandse verpleegsters van het Rode Kruis was een foutje, erkende oud-agent Aleksej Potyomkin woensdag in de Britse krant The Times. Zijn collega-agenten zouden de westerlingen hebben aangezien voor Tsjetsjeense rebellen.

De Utrechtse architect Elkerbout (47) werkte destijds in Grozny, de hoofdstad van de opstandige regio in de Kaukasus. Hij leidde de verbouwing van een weeshuis in een ziekenhuis.

Vijf verpleegsters uit diverse westerse landen verzorgden daar slachtoffers van de gewapende strijd tussen Tsjetsjenen en Russen. De groep van zes werd 's nachts vermoord in hun bedden in het zwaarbewaakte complex, dat duidelijk aangeduid was als een Rode Kruis-vestiging.

De Tsjetsjeense autoriteiten zeiden na de moord al direct dat ze de Russische geheime dienst verantwoordelijk hielden voor de moord. Het zou gaan om een ''politieke provocatie'' met als doel de voorbereidingen voor verkiezingen te ontregelen. Moskou ontkende elke betrokkenheid.

De Russische oud-spion zegt zelf in Tsjetsjenië te zijn geweest ten tijde van de moordpartij, maar zou daarbij niet zelf actief zijn geweest. Hij houdt zich nu schuil in Duitsland, om een overstap naar westerse inlichtingendiensten te bewerkstelligen.

Aleksandr Cherkasov van mensenrechtengroep Memorial trekt de bewering van de Russische spion in twijfel. Volgens hem klopt een belangrijk detail niet in het verhaal van de oud-spion. Russische troepen zouden destijds niet in de buurt zijn geweest, terwijl er wel vele Tsjetsjenen waren gelegerd.

Elkerbout kreeg een jaar na zijn dood postuum de Nationale Ere-Orde, de hoogste onderscheiding van Tsjetsjenië.