AMSTERDAM – Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) is bang voor de risico’s van de opslag van vingerafdrukken in een centrale database. Dat zegt voorzitter Jacob Kohnstamm vrijdag in het Vara-programma De Ombudsman.

Een van de gevaren is volgens Kohnstamm het hacken van de door het ministerie van Binnenlandse Zaken voorgenomen database met vingerafdrukken van alle Nederlanders.

"Iemand die niets te verbergen heeft, moet dan plotseling gaan bewijzen dat hij het niet was die een dure auto heeft gekocht. Dat het weliswaar zijn vingerafdrukken waren, maar dat hij daar part noch deel aan had", aldus de CBP-voorzitter.

"Nederlandse burgers worden bovendien als potentiële criminelen gezien", zegt Kohnstamm. Het CBP acht de vingerafdrukkenopslag in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en noemt het een schending van de privacy.

Voorstel

Volgens woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken Vincent van Steen, is het veel te vroeg om over dergelijke risico’s te speculeren. "De database is er immers nog helemaal niet, het is nog slechts een voornemen", zegt hij tegen NU.nl.

"De beveiliging ervan wordt zeker een belangrijk aspect. Maar concreet is er nu nog niets over te zeggen", aldus de zegsman.

Fouten

Max Snijder, auteur van het nog te verschijnen rapport over gebruik van biometrische techniek in paspoorten van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WWR), waarschuwt voor fouten bij de opslag van vingerafdrukken.

Volgens Snijder is er onvoldoende controle op mensen die middels een siliconenafdruk een paspoort aanvragen met de vingerafdruk van een ander.

Een ander probleem is de slechte kwaliteit van sommige vingerafdrukken waardoor fouten ontstaan in het systeem. “Ook dan kan ik ten onrechte voor een ander worden aangezien”, aldus Snijder in het Vara-programma.

Paspoort

Meer dan drie miljoen Nederlanders hebben inmiddels hun vingerafdruk afgegeven bij de aanvraag van een nieuw paspoort. De regeling om vanaf juni van dit jaar vingerafdrukken te nemen van aanvragers van een nieuw identiteitsbewijs was oorspronkelijk bedoeld om paspoortfraude tegen te gaan.

Op initiatief van voormalig staatssecrataris van Binnenlandse Zaken Ank Bijleveld ontstond het voornemen om de afdrukken onder voorwaarden ook te verstrekken aan politie en justitie.