AMSTERDAM - De voor de Schipholbrand veroordeelde Libiër Ahmed al-J. gaat mogelijk een schadevergoeding eisen. Tegen Nieuwsuur zei hij vrijdagavond dat hij genoegdoening wil voor de tijd die hij in gevangenschap heeft moeten doorbrengen.

Vrijdag werd bekend dat advocaat-generaal bij de Hoge Raad Ad Machielse vindt dat de veroordeling van Al-J. moet worden vernietigd. Volgens Machielse is er onvoldoende bewijs dat Al-J. de brand opzettelijk heeft gesticht.

Bij de brand in het cellencomplex op Schiphol in oktober 2005 kwamen elf ingesloten vreemdelingen om het leven.

Het vuur werd veroorzaakt doordat Al-J. zijn brandende sigaret achteloos had weggeschoten.

Opzettelijke brandstichting

Al-J. werd in september vorig jaar door het gerechtshof in Amsterdam veroordeeld tot anderhalf jaar cel wegens opzettelijke brandstichting.

Hij hoefde deze straf niet meer uit te zitten, omdat hij die tijd al in voorarrest had gezeten. De Libiër is vorig jaar als ongewenst vreemdeling uitgezet.

De advocaat-generaal adviseert de Hoge Raad hoe zaken te beoordelen. Vaak worden deze adviezen overgenomen. De Hoge Raad doet naar verwachting 14 december uitspraak in de zaak.

Al-J. gaf vrijdag verder aan dat hij blij is met het oordeel van de advocaat-generaal.