AMSTERDAM - De veroordeling van de Libiër Ahmed al-J. voor de Schipholbrand moet worden vernietigd. Er is onvoldoende bewijs dat Al-J. de brand opzettelijk heeft gesticht.

Dat concludeert de advocaat-generaal bij de Hoge Raad Ad Machielse. Als zijn advies wordt overgenomen, moet de zaak opnieuw worden bekeken.

Bij de brand in het cellencomplex op Schiphol in oktober 2005 kwamen elf ingesloten vreemdelingen om het leven.

Het vuur werd veroorzaakt doordat Al-J. zijn brandende sigaret achteloos had weggeschoten. Al-J. werd in september vorig jaar door het gerechtshof in Amsterdam veroordeeld tot anderhalf jaar cel.

Opzettelijk

Hij hoefde deze straf niet meer uit te zitten, omdat hij die tijd al in voorarrest had gezeten. De Libiër is vorig jaar als ongewenst vreemdeling uitgezet.

Het hof oordeelde dat Al-J. schuldig was aan opzettelijke brandstichting, maar stelde dat de man niet aansprakelijk kon worden gesteld voor het overlijden en gewond raken van slachtoffers van de brand.

Verschillende zaken, zoals het laten openstaan van de celdeur nadat Al-J. uit zijn cel was gehaald, de constructie van het cellencomplex en de gebruikte materialen, hebben volgens het hof een wezenlijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de brand.

Veiligheid

De Onderzoeksraad voor veiligheid heeft de brand onderzocht. De advocaat-generaal stelt behalve dat er onvoldoende is gebleken dat sprake was van opzet dat de veroordeling mede is gebaseerd op een rapport van een deskundige die op zijn beurt weer heeft geput uit het rapport van de Onderzoeksraad voor veiligheid.

Dat mag volgens Machielse niet gelet op de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid. Daarnaast heeft het hof een verzoek van de verdediging om een deskundige te horen ontoereikend gemotiveerd.

De advocaat-generaal adviseert de Hoge Raad hoe zaken te beoordelen. Vaak worden deze adviezen overgenomen. De Hoge Raad doet naar verwachting 14 december uitspraak in de zaak.

Goede afloop

Advocaat Benno de Boer, die de verdachte Ahmed al-J. vertegenwoordigt, heeft door het ''uitzonderlijk positieve’’ advies van de advocaat-generaal aan de Hoge Raad hoop op een goede afloop van de zaak van zijn cliënt. Dat zei De Boer vrijdag.

De advocaat is niet verbaasd over het advies. ''In zekere zin had ik het verwacht’’, aldus De Boer. ''Maar het is een advies, een tussenstand als het ware. De Hoge Raad moet nog beslissen.’’

De Boer vindt het te vroeg om te zeggen of zijn cliënt voor een nieuwe behandeling van de zaak zal terugkomen. Al-J. werd na de uitspraak door het gerechtshof vorig jaar het land uitgezet.