DEN HAAG - Plegers van huiselijk geweld die een tijdje hun huis niet meer in mogen, moeten beter hun verhaal kunnen doen. Nu blijkt dat bij de beslissing om het huisverbod te verlengen, nog te vaak alleen de slachtoffers worden gehoord.

Dat blijkt uit een onderzoek dat minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) maandag naar de Eerste Kamer heeft gestuurd.

De burgemeester beslist over oplegging en verlenging van een huisverbod als iemand zich heeft misdragen tegenover partner of kinderen.

Maar omdat het vaak hulpverleners zijn die de dossiers samenstellen, weegt het woord van het slachtoffer zwaarder dan dat van de dader. Daarom vindt de minister dat de betrokkenen ook meer oor moeten krijgen voor de pleger van huiselijk geweld bij de beslissing het huisverbod al of niet te verlengen.

Tien dagen

Sinds begin vorig jaar kan de burgemeester een huisverbod van tien dagen opleggen. Deze kan hij verlengen tot hoogstens vier weken. De onderzoekers hebben ook gekeken of de rechter niet beter kan beslissen over verlenging van het huisverbod, maar daar zitten te veel haken en ogen aan.

Niet alleen zou dit de rechters en andere betrokkenen te veel belasten, het zou ook te veel tijd gaan kosten. Opstelten voegt daar aan toe dat er dan ook een wetswijziging nodig is, dus houdt hij het liever bij verbetering van de bestaande procedure.