DEN HAAG - Vreemdelingenbewaring lijkt nog te veel op een gevangenisstraf. Ook hebben de vreemdelingen te weinig te doen en schieten veiligheidsmaatregelen soms te ver door.

Dat staat in een rapport van de Inspectie voor de Sanctietoepassing dat woensdag is verschenen.

Mensen die in vreemdelingenbewaring zitten, moeten vaak met anderen een cel delen, terwijl dit in gevangenissen meestal niet zo is. De overheid is al bezig om de omstandigheden waaronder vreemdelingen vastzitten beter te maken dan in een gevangenis, maar volgens de inspectie is er nog het nodige te doen.

Nieuwe centra in Rotterdam en Schiphol-West kunnen gaan voorzien in faciliteiten die nu nog ontbreken.

Duidelijker

Het ministerie van Justitie wijst er ook op dat er het verschil tussen vreemdelingenbewaring en de gevangenis steeds duidelijker wordt. Zo hebben de vreemdelingen meer te doen gekregen doordat het aantal uren aan activiteiten omhoog gaat.

Ook krijgen ze steeds meer de beschikking over faciliteiten als juridisch advies, internet en mogelijkheden tot oriëntatie op het land van herkomst, waar ze weer naar terug moeten.

Beveiligd

De Inspectie voor de Sanctietoepassing vindt verder dat bij het transport van vreemdelingen meer per geval bekeken kan worden hoe zwaar dit beveiligd moet zijn. Nu zijn de regels zo strak dat vreemdelingen soms afzien van ziekenhuisbezoek.

Ook zouden ze bij terugkeer in de inrichting niet standaard gevisiteerd moeten worden. Overigens zijn er nauwelijks nog vreemdelingen die de benen weten te nemen.

Detentieboten

Maar de inspectie stelt ook vast dat het al een stuk beter gaat met de vreemdelingenbewaring. Het regime is minder strak, de medische zorg is beter en de detentieboten, waar de voorzieningen gebrekkig waren, zijn niet meer in gebruik.

De inspectie onderzocht het afgelopen jaar drie plaatsen waar vreemdelingen vastzitten: het detentiecentrum Zeist en locaties in Zaandam en Oude Meer van het detentiecentrum Noord-Holland.