AMSTERDAM - De Nederlandsche Bank (DNB) heeft zich niet aan de geheimhoudingsplicht gehouden ten aanzien van de noodregeling die in oktober 2009 voor DSB Bank werd aangevraagd.

Dat stelt voormalig DSB-eigenaar Dirk Scheringa dinsdag in een verklaring bij zijn aangifte tegen de directieleden van DNB. De aangifte richt zich tegen DNB-president Nout Wellink en de directeuren Henk Brouwer, Lex Hoogduin en Joanne Kellerman.

Volgens de ex-bankier heeft DNB geen maatregelen genomen om de aanvraag van de noodmaatregel geheim te houden.

Daardoor waren al voor de verplichte hoorzitting bij de rechtbank, op zondagavond 11 oktober 2009, honderden mensen binnen DNB van de aanvraag op de hoogte, waaronder mensen die dat niet behoorden te zijn, stelt Scheringa.

Bankrun

Zonder geheimhouding betekent een noodregeling het einde van elke bank, aldus de oprichter van DSB. ''Er ontstaat een bankrun waartegen geen enkele bank is opgewassen. Geen bank heeft zoveel middelen in kas als er opgenomen kan worden. Dat is bij DSB Bank niet anders (geweest).''

Scheringa verwijt DNB dat er geen protocol bestond voor de aanvraag van een noodregeling en de manier waarop met vertrouwelijke informatie is omgegaan.

Met de personen die van de aanvraag op de hoogte waren gesteld zouden geen afspraken over geheimhouding zijn gemaakt. Daarmee nam de centrale bank het risico dat de informatie op straat kwam te liggen, stelt hij in zijn aangifte.

Pers

De rijksrecherche deed vorig jaar, zonder succes, onderzoek naar de vraag wie de pers heeft ingelicht over de noodmaatregel. Die vraag doet volgens Scheringa echter niet ter zake.

''Uit het onderzoek van de rijksrecherche blijkt dat tussen de 450 en vijfhonderd personen op de hoogte waren van de aanstaande aanvraag van de noodregeling. Daarmee is de schending van de geheimhoudingsplicht een gegeven.''

Directieleden

Scheringa richt zijn aangifte op de vier directieleden van DNB, omdat zij feitelijk het besluit tot de aanvraag van een noodmaatregel nemen. Een strafrechtelijk onderzoek is volgens hem nodig om ervoor te zorgen dat zij zich tegenover een rechter verantwoorden voor het schenden van de geheimhoudingsplicht.

Scheringa wordt naar eigen zeggen niet gedreven door emoties of een zucht naar genoegdoening. ''Emotionaliteit staat geheel los van het doen van deze aangifte.''